Ik dus vorige week om een een uur of vier 's middags de frisse lucht in. Ik wandel een eindje, op alles voorbereid, op dode takken die afknappen en op je hoofd vallen, op wilde katten die naar je keel springen, op bosbrand en brandnetels, enfin, op alles.' Maar het gaat allemaal goed en ik denk al, zoals je dan denkt in je onschuld: nou jongen, je komt er genadig af deze keer. Dat denk ik dus en ik loop over een paadje en links van me is een bos en rechts van me een stuk land, een tamelijk groen stuk land vol met bieten of knollen, hoe heten die dingen? Nee het waren knollen.Enfin, ik slenter er zo langs en wat denk je dat ik zie zitten in dat knollenland?'
' Geen idee' zei ik'.
' Daar zaten twee haasjes', zei mijn vriend. 'Echt een aardig gezicht, hoor. Ze zaten daar heel parmant tussen al die knollen. Maar weet je nou wat het aardigste was?'
'Geen idee.', zei ik weer.
'Die een die blies de fluite fluite fluit en d'ander sloeg de trommel', verklaarde mijn vriend triomfantelijk.
'Wat blies de een?' Vroeg ik verbaasd.
'De fluite fluite fluit', herhaalde mijn vriend.' Ik weet nog dat ik dacht: nou zie ik voor het eerst iets waar ik vrede mee kan hebben, iets dat me geen opgejaagd gevoel bezorgt. Terwijl ik dat zo loop te denken - je moet nooit denken , dat heb ik nu wel door - hoor ik geritsel en uit het bos komt een vent met een geweer'.
'Een jager?' Vroeg ik.
'Een jager jagerman,' stotterde mijn vriend, plotseling weer hevig aangegrepen door de herinnering aan de gebeurtenis. 'En hij heeft er een geschoten. Zo'n haasje, dat geen vlieg kwaad deed, dat gewoon een beetje zat te musiceren tussen de groene groene knollen knollen'.
'Wat afschuwelijk,' zei ik.
'Het afschuwelijkste is, dat het allemaal zo vlug ging, dat ik niet weet welke hij heeft geschoten,' vervolgde mijn vriend met haperende stem. ' Die met de fluite fluite fluit of d'ander met de trommel. Het laat me niet met rust. Maar hoe kan ik er ooit nog achter komen?'
'Ik weet het niet,' zei ik. 'En de ander? Hoe liep het met de ander af?'
'Nou, dat heeft, naar men denken denken kan, den ander zeer verdroten,' zei mijn vriend, terwijl hij iets wegslikte.
Remco Campert : Tot zoens.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.