https://www.dbnl.org/tekst/woes002verz05_01/woes002verz05_01_0070.php
lz. 27 l.r.: donder-blaêren=huislook.
blz. 35: Brief van 22 Mei.
Uit deze brief, evenals uit menige passage in de andere, blijkt van de Woestijne's liefdevolle belangstelling voor de flora van zijn land. Deze werd zeker gestimuleerd door de vriendschappelijke omgang met prof. Mac. Leod, de Gentse botanicus en vurige Flamingant, die hem dikwijls te Laethem kwam bezoeken. Gaarne onderhield Karel zich ook met de tuinman, die zijn eigen smalle hof verzorgde en met de karakteristieke hovenier van George Minne; al was zijn eerste doel daarbij kernachtige wendingen van hun Vlaams zich eigen te maken, zijn belangstelling voor hun werk en voor
[p. 984]
planten en dieren was echt en spontaan. Uitvoerig spreekt Gustaaf van de Woestijne daarvan in zijn (nog onuitgegeven) Mémoires, die vooral voor de Laethemse tijd een goudmijn zijn. Heel zijn leven bleef de dichter een hartstochtelijk wandelaar, met een liefdevol oog voor de nederigste bloemen en grassen. Men vergelijke de weergave van zijn grote dagtocht door het Leie-land in het opstel over Emiel Claus en, in de poëzie, onder meer de beschrijving van een intiem bosplekje in ‘De Kuische Suzanna’ (‘De Gulden Schaduw’), die aanvangt met de regels:
Daar wíst ik, verst van alle mensche-naêren,
een kleinen vijver...
In de N.R. Ct. beschreef de dichter-journalist menige prachtige wandeling in de omgeving van Brussel.
blz. 35 r. 2: zerk betekent in het Vlaams behalve ‘grafsteen’ ook een vierkant stuk grond. / l.r.: het draad-wierig pui-rek: pui of puid = kikvors; pui-rek of puie-rek = kikvorsschot.
blz. 36 r. 18: pissebedden: verbastering van de Franse naam voor paardebloem: pissenlit.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.