zaterdag 11 maart 2017

Delerm: Het Loofportaal



"Er moest een loofportaal komen in het bijna geometrische middelpunt van de tuin" (16).



“In het midden van de tuin begon zich een vage cirkelvormige beweging af te tekenen tussen het perk met berken en het bosje brem en vlierstruiken. Daar opende zich een doorgang: en juist daar ontbrak iets, het kleine detail dat zin zou geven aan het geheel, dat twee halfronden zou doen ontstaan, plotseling aan de tuin van Guermantes en de tuin van Swann zouden denken. Vier palen, twee dwarsbalken, en op die noodzakelijkerwijs sobere structuur zouden weldra mauve-roze golven van clematis uitstromen, klokjes van kamperfoelie met hun bedwelmende, honingzoete geur. Op zondagavond een zo een botterik van de goede wil vragen waar toch die in de zoete van het duister opstijgende geur vandaan kwamen en dan zouden de mensen antwoorden: ‘Dit is het loofportaal van Sébastien’. (19).

“Nee, zeker geen pergola! Een pergola, dat riekte naar kwijnend raffinement, naar gekunsteldheid, naar een soort gesteven aanmatiging, gemaskeerd door italianiserende nonchalance. Natuurlijk had het woord portaal – poriticus – onprettige gymnastische connotaties, en bovendien voelde hij zich ondanks zijn goede wil niet in staat een constructie te bouwen die stevig genoeg was om er een schommel aan te hangen. Maar in het woord  porticus school ook de idee van hellenistische wijsheid. Je zag filosofen in witte gewaden in de stoa rondwandelen, bezig hun gedachten uiteen te zetten met een volmaakte lichaamsbeheersing, die de rust van hun ziel weergaf. Misschien zou Sébastien onder zijn lofportaal het vermogen terugvinden zichzelf te kennen en te aanvaarden? In porticus zat ook het woord porte, deur, het teken van een doorgang waarvan de betekenis rondging, maar die door het bouwen meer inhoud zou krijgen. (20-21).

“De woorden ‘tuin’ en ‘loofportaal’ waren zonder dat hij erop lette vaste vormen gaan aannemen in Sébastiens gedachten. Meer nog dan de strikte tuinbouwkundige realiteit, Brachten ze onduidelijke filosofische connotaties over die voor hen uiterst vaag bleven, verbonden met enkele grotendeels vergeten lesuren van zijn eindexamenjaar. “

Hij zoekt in de Griekse wijsbegeerte.
“‘Tuin’ en ‘stoa’ kwamen verscheidene malen in het trefwoordenregister voor, en Sébastien verliet de winkels met de dikke pil onder zijn arm. “ (64).
Zie verder verwijzingen naar tuin en stoa bij Epicurus en de stoïcijnen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.