In Over Schoonheid
van Zadie Smith een passage waarin vormen van kunstkritiek vergeleken worden
met dé tomaat.
“Het college van professor Simon is bijvoorbeeld ‘De aangeboren versus de aangeleerde eigenschappen van de tomaat’ en het college van Jane Coleman noemen we ‘Om tomaat goed te begrijpen moet je eerst haar onderdrukte geschiedenis onthullen’ – zo’n ongelooflijk stom wijf, dat mens – en het college van professor Gilman staat bekend als ‘De tomaat heeft de structuur van een aubergine’ en het college van professor Kellas komt neer op ‘Het is onmogelijk het bestaan van de tomaat aan te tonen zonder naar de tomaat zelf te verwijzen’, en het college van Erskine Jegede is ‘De postkoloniale tomaat zoals gegeten door Naipul’. (p. 291).
Bij Howard zelf:“Jouw college gaat erover dat je nooit, nooit zegt Ik hou van tomaat. Daarom volgen maar zo weinig mensen het… en ik bedoel het niet negatief, het is een compliment. Ze kunnen het gewoon niet aan om nooit te zeggen Tk hou van tomaat. Want dat is het allerergste wat je in jouw college maar kunt doen, toch? Omdat de tomaat er niet is om van gehouden te worden. Dat vind ik zo fantastisch aan jouw college. Het is puur intellectueel. De tomaat wordt gewoon helemaal ontmaskerd als een nepconstructie die je niet tot een hogere waarheid kan brengen; niemand doet alsof de tomaat je leven kan redden. Of je gelukkig kan maken. Of je kan leren hoe je moet leven of je kan verheffen tot een groot voorbeeld van menselijke geesteskracht kan zijn. Jouw tomaten hebben niets te maken met liefde en waarheid. Ze zijn geen misvatting. Het is gewoon een stel vrij nutteloze tomaten waar mensen, om totaal egoïstische redenen, culturele – of beter gezegd nutritionele – waarde aan hebben verbonden.” (292-293).Wat is je vaders college? “De tomaat redt” (292).

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.