Martin
Sulik (1995), The
garden (Záhrada)
Hoofdpersoon in The garden is
Jakub, een man van een jaar of dertig wiens leven op een dood spoor zit. Zijn
verhouding met de getrouwde Tereza begint hem te vervelen, hij heeft geen eigen
woonruimte, en geen zin meer in zijn baan. Zijn vader, die hem een klaploper
vindt, heeft genoeg van hem en zet hem het huis uit. Jakub vertrekt voor een
paar dagen naar het verlaten landhuis van zijn overleden opa. In eerste
instantie om het te verkopen, maar het huis en vooral de tuin oefenen zo'n aantrekkingskracht
op hem uit dat hij zich niet meer los kan maken van die intrigerende plek.
Jakub gaat aan de slag in de tot wildernis vergroeide tuin en knapt het huis op. Het dagboek van zijn opa, met observaties van de natuur en het heelal, brengt hem in hernieuwd contact met zaken waarvan hij de waarden al lang vergeten was. Er gebeuren vreemde dingen in de tuin; een mierenhoop blijkt genezende krachten te bezitten, Jakub krijgt vreemde bezoekers op zijn erf die hem ongevraagd wijsheden verschaffen en luisteren naar namen als Rousseau en Wittgenstein. Ook de kennismaking met de 'wonderlijke maagd' Helena, zijn buurmeisje, verandert zijn kijk op het leven. Hij leert het miraculeuze te aanvaarden, terwijl juist de gewone dingen hem steeds onwerkelijker toeschijnen.
Een man ontvlucht zijn banale, alledaagse werkelijkheid en komt tot inzicht en inkeer in zijn relatie met de natuur. Een tamelijk zwaarwichtig, zo niet moralistisch gegeven. Omdat Sulik het verhaal met lichte ironie en charme vertelt, valt dit echter nauwelijks op. Die ironie heeft de film te danken aan een structuur die gelijk is aan die van Voltaire's 'Candide'. De film bestaat uit hoofdstukjes, met titels die aangeven wat de held te wachten staat: "Hoofdstuk drie; Jakub besluit orde op zaken te stellen, wordt gebeten door een gemene hond en ontmoet de wonderlijke maagd". Dat geeft het verhaal iets sprookjesachtigs, ook omdat die aanduidingen een soort onontkoombaarheid suggereren, alsof de kleinste dingen die Jakub overkomen een reden hebben, noodzakelijk onderdeel zijn van zijn 'reiniging'.
Jakub gaat aan de slag in de tot wildernis vergroeide tuin en knapt het huis op. Het dagboek van zijn opa, met observaties van de natuur en het heelal, brengt hem in hernieuwd contact met zaken waarvan hij de waarden al lang vergeten was. Er gebeuren vreemde dingen in de tuin; een mierenhoop blijkt genezende krachten te bezitten, Jakub krijgt vreemde bezoekers op zijn erf die hem ongevraagd wijsheden verschaffen en luisteren naar namen als Rousseau en Wittgenstein. Ook de kennismaking met de 'wonderlijke maagd' Helena, zijn buurmeisje, verandert zijn kijk op het leven. Hij leert het miraculeuze te aanvaarden, terwijl juist de gewone dingen hem steeds onwerkelijker toeschijnen.
Een man ontvlucht zijn banale, alledaagse werkelijkheid en komt tot inzicht en inkeer in zijn relatie met de natuur. Een tamelijk zwaarwichtig, zo niet moralistisch gegeven. Omdat Sulik het verhaal met lichte ironie en charme vertelt, valt dit echter nauwelijks op. Die ironie heeft de film te danken aan een structuur die gelijk is aan die van Voltaire's 'Candide'. De film bestaat uit hoofdstukjes, met titels die aangeven wat de held te wachten staat: "Hoofdstuk drie; Jakub besluit orde op zaken te stellen, wordt gebeten door een gemene hond en ontmoet de wonderlijke maagd". Dat geeft het verhaal iets sprookjesachtigs, ook omdat die aanduidingen een soort onontkoombaarheid suggereren, alsof de kleinste dingen die Jakub overkomen een reden hebben, noodzakelijk onderdeel zijn van zijn 'reiniging'.
Eigen paradijs
Het paradijs van Sulik is een oud vervallen huis en een verwilderde tuin met appelbomen. Insecten en krekels zoemen rond, wespen drijven in de honing, en het nazomerlicht is warm en goudgeel van kleur. Het is een decor dat tot de verbeelding spreekt en bepalend is voor de sfeer van de film. Jakub schept zijn eigen Eden, hij doet dat op eigen kracht en geeft daarmee invulling aan zijn leven. Er is een scène waarin Jakub en Helena appels uit de boom schudden en er daarna demonstratief in bijten, de ene appel na de andere. Maar zij zullen niet uit hun paradijs verstoten worden, het is tenslotte hun eigen paradijs, een plaats om, los van religie of wereldlijke conventies, de zin van hun leven te ontdekken.
Het paradijs van Sulik is een oud vervallen huis en een verwilderde tuin met appelbomen. Insecten en krekels zoemen rond, wespen drijven in de honing, en het nazomerlicht is warm en goudgeel van kleur. Het is een decor dat tot de verbeelding spreekt en bepalend is voor de sfeer van de film. Jakub schept zijn eigen Eden, hij doet dat op eigen kracht en geeft daarmee invulling aan zijn leven. Er is een scène waarin Jakub en Helena appels uit de boom schudden en er daarna demonstratief in bijten, de ene appel na de andere. Maar zij zullen niet uit hun paradijs verstoten worden, het is tenslotte hun eigen paradijs, een plaats om, los van religie of wereldlijke conventies, de zin van hun leven te ontdekken.
Zie
verder Filmkrant


Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.