Het slotgedicht beschrijft in de vorm van een gesproken zelfportret van een spion in ruste de monstrueuze kanten van een leven zónder wezenlijke intimiteit. Zijn leven lang is de man liefde en vriendschap uit de weg gegaan uit angst dat hij zichzelf zou verraden. Hij eindigt dan ook in volstrekt isolement en de slotregels luiden: 'Op deze vuilnisbelt groeit / zelfs geen distel'. Een merkwaardig gedicht, dat ex negativo nogmaals een krachtig slotpleidooi houdt voor een intimiteit waarin menselijke relaties wél kunnen groeien en bloeien. Herzbergs gedichten bieden in eenvoudige taal intelligente en gevoelige, toch nergens soft aandoende observaties. Ieder spoor van literaire kouwe drukte ontbreekt en misschien maakt dat ze, als bijvangst, zo poëtisch.
(Uit: Trouw)
Ik was op verre zeeën tuk. Nu zoek ik bij mijn peeën geluk. Een omheind streepken aarde volstaat, en draagt de waarde van een daad. (Richard Minne)
zondag 15 juni 2014
Herzberg: distel
Over de dichtbundel van Herzberg, Bijvangst (die ik niet gelezen heb, maar dat moet ik dus maar doen):
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.