“Een buurvrouw kwam langs en wees het overal het woekerende
zevenblad. Bruch ontdekte online dat
het behalve een plaag ook iets waar je soep of pesto van kon maken. Ze waren
vastbesloten: zij gingen de natuur niet bedwingen, ze zouden het omkeren en
zichzelf laten temmen”.
Marijke Schermer, Noodweer (p. 15).
“Ze hadden de stilte laten horen. De stilte die in de tuin
hing, tussen de ruisende bomen en het klotsende water en het geritsel van
kleine dieren. Bruch benoemde de bomen en planten, Arend, de man van de vrouw
van het zevenblad, verbeterde hem voortdurend, tot Bruch uiteindelijk maar bij
alles zei: ‘En dit, dames en heren, dit is dan de kastanje’. Hij spelde de
stadse versie van zichzelf, die hoorde bij hun stadse vrienden, die de natuur
maar als een buitenissigheid beschouwden”.
Marijke Schermer, Noodweer (p. 19)