zaterdag 3 mei 2014

Metamorfoze

Ik ben fataal een man,
in ’t diepst van mijn gedachten.

Heel af en toe,
als ’t niemand ziet,
bij ’t krieken van de dag  
vervelt mijn ziel,
en word ik plots
een donkerrode trostomaat,
bevallig glad en kogelrond.
Een roodhuid met een steeltje.

Maar niet voor lang,
een dagje maar,
totdat de zon weer ondergaat
en d’ avondkoelte valt.
Dan keert het tij,
en groeit  
mijn lijf terug aaneen,
gehavend, hoekig, kantig.

Vreselijk,
en toch weer niet. Want
trostomaat of sleetse vent,
‘t een is ‘t een,
en ‘t ander is ’t ander.
.


Bosaardbeider


De bosaardbei is zomaar een woekerend geschenk. Een bosaarbeider wil ik worden.
Wat informatie om te onthouden:

Bosaardbei in de kruidentuin.

Het is altijd de vraag waar je de bosaardbei in onder moet brengen. Bij de kruiden of bij het fruit. Over het algemeen wordt er gekozen voor de kruiden. Dit omdat met name het blad van de bosaardbei gebruikt wordt voor medicinale thee. Hoewel ook het vruchtje medicinale werking heeft en behoort tot een heel gezond stukje klein fruit.            

De bosaardbei krijgt net als de gewone doorgekweekte aardbei allemaal uitlopers. Daaraan groeien dan weer de jonge planten. Deze jonge planten kunnen er gewoon af gehaald worden en weer in de grond worden geplaatst. De bosaaardbei laat zich ook goed vermeerderen door zaden. De kleine vruchtjes hebben aan de buitenkant allemaal rode pitjes zitten. Dit zijn de zaden van de bosaardbei. De zaden laten vrij makkelijk van het vruchtje los, wanneer de tijd rijp is. Dit in tegenstelling tot onze doordgeweekte aardbei, waar het zaad vrij vast aan de aardbeien zit.
Het vermeerderen via de uitlopers is het meest eenvoudig. De bosaardbei groeit in kleine pollen die zich eventueel ook nog wel laten scheuren.

Oogsten van de bosaardbei
De bosaardbeien zijn er ongeveer eind juni en juli. Deze kunnen dan geplukt worden. Ze zijn het lekkerste om direct te eten. Ondanks de kleine verschijning, zit er een hoop vocht in het vruchtje. Dit is net als de gewone aardbei afhankelijk van de hoeveelheid vocht die ze op hebben kunnen nemen.

Bewaren van de bosaardbei
De vruchten van de bosaardbei laten zich vrij goed drogen. Het blad kan ook gedroogd worden.          
(zie verder).

Over Bessen, Fruit en Bijen: Wilde bosaardbei (Fragaria vesca)


De bosaardbeiplanten doen het goed in de schaduw, en zijn dan ook heel geschikt als bodembedekker rondom bomen en struiken. Ze houden van een vochtige grond, zorg dat ze niet uitdrogen. Voor de rest heeft het plantje geen onderhoud nodig en het kan zich snel verspreiden door uitlopers. Deze uitlopers voorzien weer in jonge bosaardbei plantjes waarmee je oude slecht dragende planten weer kunt vervangen.





Plantenbeurs Brakel

We bezochten de plantenbeurs van de Volkstuinen in Brakel.






Vuur

Vuurmeesters op 1 mei. Mag niet maar ja...




De Man die Bomen plantte



Victory Garden (1942 edition) - Vegetable Gardener

There's a lot of talk of Victory Gardens these days and there's a Victory Garden on the White House Lawn, but the concept is not new. It originated in the 20th century and was part of the War Effort for WWI and WWII. During World War II, many foods were rationed, and fresh fruit and vegetables were hard to come by. So the government encouraged citizens to grow their own vegetables, and many (some accounts say 20 million) famiies answered the call.

You can get a feel for those distant times from this vintage movie. The Holders—Mom, Dad, Grandpa, Dick, and Jane (yes, Dick and Jane, for those old enough to remember)—plant a quarter-acre garden that will feed their family for a year. You see what they plant and how they plant, and you get a sense of the historic importance of their undertaking. Back then, the Victory Garden was serious business.

You'll probably cringe at the pest management techniques and the smug tone of the narrator. Okay, so times have changed. Kick back, settle in (the video is 20 minutes long), and let me know what you think.






Volksuinbelastingen

Van Kooten en de Bie - Volkstuinbelasting.





The Garden of Evening Mist


Tan Wwan Eng, The Garden of Evening Mist

The Garden of Evening Mist, het tweede boek van de Maleisische auteur Tan Twan Eng stond op de shortlist voor de Man Booker Prize 2012 en werd bekroond met de Man Asian Literary Price 2012. De Nederlandse vertaling kwam in het voorjaar van 2013 uit. 
De geschiedenis van De tuin van de avondnevel wordt verteld door de Chineese Teoh Yun Ling die opgroeide in Penang, destijd een milieu van de koloniale elite. Als jonge vrouw komt ze samen met haar zus in een jappenkamp terecht. Ze worstelt tientallen jaren later nog altijd met de vraag waarom zij wel, en haar zus niet overleefde. Na de verschrikkingen van de bezetting zoekt Yun Ling als rechter in Kuala Lumpur verbeten heil in de berechting van Japanse oorlogsmisdadigers. Als ze tegen het eind van haar loopbaan te horen krijgt dat haar verschijnselen van afasie het begin zijn van een onomkeerbare geheugenstoornis besluit ze, nu het nog kan, de belofte aan haar zusje in te lossen: een Japanse tuin ontwerpen en aanleggen.
Ze reist na haar vervroegde pensionering naar de Cameron Highlands in West- Maleisië, waar ze contact zoekt met Nakamuro Aritomo, de gewezen tuinman van de Japanse keizer. Aritomo heeft bij zijn landhuis Yugiri, wat avondnevel betekent, een buitengewoon harmonieuze Japanse tuin gecreeërd. Op Yun Ling’s rag of hij een dergelijke tuin voor haar wil ontwerpen, weigert hij. Daarvoor in de plaats stelt Aritomo voor dat ze tot de moesson begint in zijn tuin komt werken, zodat hij haar kan onderwijzen in de kunst van het vormgeven. Ondanks de gruwelijke herinneringen die Yun Ling aan Japanners heeft, raakt ze in de ban van de tuinman en zijn geschiedenis.
(zie verder). 





Tan Twan Eng discusses the art of gardening, of remembering and of forgetting, and the remarkable characters in his Man Booker shortlisted novel.




The Garden


Martin Sulik (1995), The garden (Záhrada)


Hoofdpersoon in The garden is Jakub, een man van een jaar of dertig wiens leven op een dood spoor zit. Zijn verhouding met de getrouwde Tereza begint hem te vervelen, hij heeft geen eigen woonruimte, en geen zin meer in zijn baan. Zijn vader, die hem een klaploper vindt, heeft genoeg van hem en zet hem het huis uit. Jakub vertrekt voor een paar dagen naar het verlaten landhuis van zijn overleden opa. In eerste instantie om het te verkopen, maar het huis en vooral de tuin oefenen zo'n aantrekkingskracht op hem uit dat hij zich niet meer los kan maken van die intrigerende plek.
Jakub gaat aan de slag in de tot wildernis vergroeide tuin en knapt het huis op. Het dagboek van zijn opa, met observaties van de natuur en het heelal, brengt hem in hernieuwd contact met zaken waarvan hij de waarden al lang vergeten was. Er gebeuren vreemde dingen in de tuin; een mierenhoop blijkt genezende krachten te bezitten, Jakub krijgt vreemde bezoekers op zijn erf die hem ongevraagd wijsheden verschaffen en luisteren naar namen als Rousseau en Wittgenstein. Ook de kennismaking met de 'wonderlijke maagd' Helena, zijn buurmeisje, verandert zijn kijk op het leven. Hij leert het miraculeuze te aanvaarden, terwijl juist de gewone dingen hem steeds onwerkelijker toeschijnen.
Een man ontvlucht zijn banale, alledaagse werkelijkheid en komt tot inzicht en inkeer in zijn relatie met de natuur. Een tamelijk zwaarwichtig, zo niet moralistisch gegeven. Omdat Sulik het verhaal met lichte ironie en charme vertelt, valt dit echter nauwelijks op. Die ironie heeft de film te danken aan een structuur die gelijk is aan die van Voltaire's 'Candide'. De film bestaat uit hoofdstukjes, met titels die aangeven wat de held te wachten staat: "Hoofdstuk drie; Jakub besluit orde op zaken te stellen, wordt gebeten door een gemene hond en ontmoet de wonderlijke maagd". Dat geeft het verhaal iets sprookjesachtigs, ook omdat die aanduidingen een soort onontkoombaarheid suggereren, alsof de kleinste dingen die Jakub overkomen een reden hebben, noodzakelijk onderdeel zijn van zijn 'reiniging'.
Eigen paradijs
Het paradijs van Sulik is een oud vervallen huis en een verwilderde tuin met appelbomen. Insecten en krekels zoemen rond, wespen drijven in de honing, en het nazomerlicht is warm en goudgeel van kleur. Het is een decor dat tot de verbeelding spreekt en bepalend is voor de sfeer van de film. Jakub schept zijn eigen Eden, hij doet dat op eigen kracht en geeft daarmee invulling aan zijn leven. Er is een scène waarin Jakub en Helena appels uit de boom schudden en er daarna demonstratief in bijten, de ene appel na de andere. Maar zij zullen niet uit hun paradijs verstoten worden, het is tenslotte hun eigen paradijs, een plaats om, los van religie of wereldlijke conventies, de zin van hun leven te ontdekken.

Zie verder Filmkrant




Garden of...

Henry Peacham: The Garden of Eloquence
Retoriek en tuin samen:



donderdag 1 mei 2014

Wonder van Kelvedon

We gaan erwten zaaien. Wonder van Kelvedon (het Engelse graafschap Essex).
Informatie:

Erwt Lage gekreuktzadig Wonder van Kelvedon

Deze tamelijk vroege en klassieke variëteit vormt peulen met 6 tot 8 erwtjes met een heerlijk gesuikerde smaak. Hoogte: 50 cm. De zaden in deze verpakking zijn voldoende voor een oogst van 3 tot 4 kg erwtjes.

Richtlijnen

Voor een perfect resultaat, zaai in een goed bewerkte en voldoende opgewarmde grond (bodemtemperatuur bij voorkeur hoger dan 10°C).


1. Zaai vanaf maart tot juni en leg 4-5 zaden in ondiepe kuiltjes met 40 cm tussenafstand in alle richtingen, of in rijen met 40 cm tussenafstand, 1 zaad elke 2-3 cm. Enkele dagen na de opkomst, de bodem oppervlakkig bewerken om eventuele onkruiden te verwijderen en de bodem te verluchten.

2. Als de planten 10-15 cm hoog zijn, de bodem een tweede keer loswerken en de planten lichtjes aanaarden. Oogst vanaf juni tot augustus.

Over consumptie: de Botton

Over consumptie in blog: de gekgedraaidewereld

Overconsumptie door teveel mensen is uitgegroeid tot een stok om de moderne wereld mee te slaan. Filosoof Alain de Botton heeft hieromtrent een interessante denkpiste.  Aan de basis hoeft consumptie niet slecht te zijn. Het woord verwijst naar een liefde voor aardse vruchten, een genot door menselijk vernuft en een appreciatie van de enorme verworvenheden van de georganiseerde arbeid en handel.

Atwoord: consumptie


 Over consumptie:

Margaret Atwood, More and More

More and more frequently the edges
of me dissolve and I become
a wish to assimilate the world, including
you, if possible through the skin
like a cool plant's tricks with oxygen
and live by a harmless green burning.

I would not consume
you or ever
finish, you would still be there
surrounding me, complete
as the air.

Unfortunately I don't have leaves.
Instead I have eyes
and teeth and other non-green
things which rule out osmosis.

So be careful, I mean it,
I give you fair warning:

This kind of hunger draws
everything into its own
space; nor can we
talk it all over, have a calm
rational discussion.

There is no reason for this, only
a starved dog's logic about bones.

Kunst therapie?



Tentoonstelling Rijksmuseum: Art is Therapy - Alain de Botton


Op doktersrecept tweemaal daags naar ‘De waterlelies van Monet’ kijken: volgens schrijver en filosoof Alain de Botton is dat helemaal geen gek idee.
Over therapie: 


Kunst kan volgens hem een therapeutische werking hebben. Het kan je zelfs helpen om een beter mens te worden. Zijn theorie: ieder mens heeft vragen waarmee hij worstelt en de moraal van een kunstwerk kan helpen deze vragen te beantwoorden. Zo laat ‘Het Straatje van Vermeer’ je de schoonheid van het eenvoudige alledaagse leven waarderen, als je het gevoel hebt dat je leven te saai is en spannender moet. En als de consumptiemaatschappij je aanvliegt, helpt het om een stilleven van citroenen te aanschouwen.






Het klinkt misschien wat simpel, maar volgens De Botton gaat het niet zozeer om wat de grote meesters bedoeld hebben, maar om de vraag: wat betekent kunst voor mij. Kunst heeft altijd iets moralistisch gehad, zegt hij, ‘maar op de één of andere manier zijn we dat vanaf de twintigste eeuw uit het oog verloren. Het werd vroeger niet voor niets als
didactisch middel gebruikt. Mijn visie is dus niet nieuw, maar zeer traditioneel.’

Een kritische bedenking in de blog BuitenPlaatsen: Alain de Botton kan de boom in.
Echt vreselijk wat De Botton doet: hij heeft zijn boek in de wij-vorm geschreven. Er is wel een co-auteur, maar De Botton bedoelt gewoon ‘ik en iedereen’. Voortdurend zet ik in de kantlijn ‘ik niet’. De Botton heeft op belachelijke wijze alles ingevuld voor de lezer. En dat is precies wat er ook met de kijker zal gebeuren mocht De Botton ooit een museum inrichten. Dan tref je de Hals aan op de afdeling Liefde of Tederheid. Nog afgezien van mijn afkeer van dat zó voorgeschoteld te krijgen, denk ik ook: maar zo werkt kunst natuurlijk niet. De opdonder, vertedering of spirituele ervaring die kunst je kan geven, komt nooit voorgekookt. Wel kan iemand je aan de hand meenemen (Joost Zwagerman doet dat uitstekend).
Het boek heeft ook een hoofdstuk ‘Natuur’ en dat gaat maar zeer ten dele over natuur. Ik lees en schrik me een aap: “Bomen in de herfst zijn een stimulans tot reflectie. Ze vragen ons onszelf te zien als gebonden aan het ritme van de wereld van de natuur.” Vertel me iets nieuws.


En ui dezelfde blog iets over de citroenschil.

Nu weten we wel dat de zeventiende-eeuw barstensvol vergankelijksheidssymboliek zit. Al dat aardse, het is slechts ijdelheid je ermee bezig te houden. De citroenschil is dan een cliché, afgewikkeld als de levensdraad en vooruitwijzend naar een onoverkomelijke dood. Maar zou dat het hele verhaal zijn van dit werk? Je kunt zo’n schilderij toch niet maken zonder een ongebreidelde nieuwsgierigheid naar hoe de natuur er onder het oppervlak uitziet. Er ligt een bijna wetenschappelijke wil aan ten grondslag. Dit stilleven gaat juist heel erg over het Zijn in deze wereld.




Cornelis De Heem uit circa 1665-1672.

Aardbeien Therapie




Affie was daar…  Ik lees erover op Facebook van Filosofiemagazine:

"Die kom met aardbeien vertelt mij: kalmeer, focus op het hier en nu, ren niet weg naar verre oorden", aldus Alain de Botton over het kunstwerk 'Een bakje aardbeien op een stenen plint' van Adriaen Coorte. Dit kunstwerk is onderdeel van de tentoonstelling #artistherapy in het Rijksmuseum, die vanavond door De Botton geopend wordt.
Wat vertelt dit bakje aardbeien u?

Uit Literaire Kroniek
En bij een klein stilleven van Adriaen Coorte met aardbeien komt bij De Botton op: ‘Ik wil scheiden. Ik ben niet meer verliefd op je.’


de Botton:
„Coorte kijkt naar dat bakje alledaagse aardbeien alsof het iets buitengewoons is. Daarmee geeft hij ons een model voor onze omgang in relaties. Hij leert ons hoe we niet afgestompt hoeven te raken.”




woensdag 30 april 2014

Tomatensoep


Tomaat en kunstkritiek




In Over Schoonheid van Zadie Smith een passage waarin vormen van kunstkritiek vergeleken worden met dé tomaat.

“Het college van professor Simon is bijvoorbeeld ‘De aangeboren versus de aangeleerde eigenschappen van de tomaat’ en het college van Jane Coleman noemen we ‘Om tomaat goed te begrijpen moet je eerst haar onderdrukte geschiedenis onthullen’ – zo’n ongelooflijk stom wijf, dat mens – en het college van professor Gilman staat bekend als ‘De tomaat heeft de structuur van een aubergine’ en het college van professor Kellas komt neer op ‘Het is onmogelijk het bestaan van de tomaat aan te tonen zonder naar de tomaat zelf te verwijzen’, en het college van Erskine Jegede is ‘De postkoloniale tomaat zoals gegeten door Naipul’. (p. 291).

Bij Howard zelf:
“Jouw college gaat erover dat je nooit, nooit zegt Ik hou van tomaat. Daarom volgen maar zo weinig mensen het… en ik bedoel het niet negatief, het is een compliment. Ze kunnen het gewoon niet aan om nooit te zeggen Tk hou van tomaat. Want dat is het allerergste wat je in jouw college maar kunt doen, toch? Omdat de tomaat er niet is om van gehouden te worden. Dat vind ik zo fantastisch aan jouw college. Het is puur intellectueel. De tomaat wordt gewoon helemaal ontmaskerd als een nepconstructie die je niet tot een hogere waarheid kan brengen; niemand doet alsof de tomaat je leven kan redden. Of je gelukkig kan maken. Of je kan leren hoe je moet leven of je kan verheffen tot een groot voorbeeld van menselijke geesteskracht kan zijn. Jouw tomaten hebben niets te maken met liefde en waarheid. Ze zijn geen misvatting. Het is gewoon een stel vrij nutteloze tomaten waar mensen, om totaal egoïstische redenen, culturele – of beter gezegd nutritionele – waarde aan hebben verbonden.” (292-293).

Wat is je vaders college? “De tomaat redt” (292).


Aardappelen in zak

Zak patat

Wim geeft enkele handige tips over hoe je het best aardappelen kan planten.





Volkstuinen Brakel


Volkstuinen Brakel.
Plantenbeurs              
Op 1 mei gaat de 3° indoor plantenbeurs door
Waar:  Fabriekshallen Incomex-Cerex, Industrielaan 1 te Brakel.








De Tomaat

De tomaat.





Aflevering 1.


Een van de omstreden genoegens van de gevorderde leeftijd is de neiging  om half ingedommeld, nagenietend terug te blikken op de grote momenten die men voor geen geld had willen missen. Opvallend bij dit lome gemijmer is dat de herinnering aan veel voorbije vervoering door het verstrijken van de tijd zijn glans verliest, zoals ook de terugblik op veel doorstane ellende veel van zijn verschrikking verliest. En dat, omziend in verwondering, vaak geheel onverwacht, de contouren zichtbaar worden van een lang veronachtzaamde bijzaak,  die traag maar gestadig een hoofdzaak is geworden.

Vele jaren zijn voorbij gegaan.  Met tegenzin ben achter gekomen dat wellicht niets mijn leven meer heeft gekleurd dan de tomaat. Dat zegt veel over mijn leven. De pomo d’ oro, de gouden appel. Bereikbaar voor elke beurs in de supermarkt. Het rode geluk in een klein hoekje. De verlossing waar ik nooit heb naar verlangd. De onverklaarbare  dissonant in het verheven gezelschap van Brahms, Beethoven en Brückner.

Aan de kleur kan het niet liggen.

Rood ligt me niet. Rood vlees komt niet op mijn bord. Rode appels ook niet. Rode kool wel, omdat ze paars is. Rode damesjassen- en tassen doen me verschrikt terugdeinzen. Rode auto’s ook. En het toenemend aantal rode  herenpantalons verontrust me meer dan de toestand in Oekraïne.

Maar van dieprode tomaten krijg ik nooit genoeg. Rauw uit de vuist, gevuld, geplet, gemengd gemalen gekookt of gestoofd, het maakt niet uit, ik krijg er werkelijk nooit genoeg van. Niets blijft duren en alles gaat voorbij, behalve mijn intens verlangen naar tomaten. Iets in de tomaat beroert meer dan wat ook mijn gevoelige snaar.


Vorig jaar ondernam ik een – jammerlijk mislukte – eerste poging om mijn eigen tomaat te kweken. Dit jaar volgt een tweede poging. Daarover meer in Aflevering 2.