Ik was op verre zeeën tuk. Nu zoek ik bij mijn peeën geluk. Een omheind streepken aarde volstaat, en draagt de waarde van een daad. (Richard Minne)
vrijdag 30 mei 2014
Campert: Een beetje natuur
Een beetje natuur
Een beetje natuur
soms voel ik daar wel voor
en plukje gras tussen de stoepstenen
of een zwieperige vlier
Lieveheersbeestjes
klein gekriebel op je arm
strandenvol een keer
toen je me aardig vond
In de achtertuin
bloeit een magnolia
en voor de kamerplanten
zorg ik steeds beter
Maar door Tarzan verkracht
naakt in een oerwoud
daar nu uitgerekend
ga jij nu dromen
Remco Campert
Uit: Betere tijden
De Bezige Bij, Amsterdam 1970
Een beetje natuur
soms voel ik daar wel voor
en plukje gras tussen de stoepstenen
of een zwieperige vlier
Lieveheersbeestjes
klein gekriebel op je arm
strandenvol een keer
toen je me aardig vond
In de achtertuin
bloeit een magnolia
en voor de kamerplanten
zorg ik steeds beter
Maar door Tarzan verkracht
naakt in een oerwoud
daar nu uitgerekend
ga jij nu dromen
Remco Campert
Uit: Betere tijden
De Bezige Bij, Amsterdam 1970
Campert: Boerin
Boerin in Iviers
Elke dag nog praat ze
met zijn grafsteen
op het kleine kerkhof aan de overkant
uitzicht over het dal
met het dunne riviertje
glinsterend als een spinnendraad in het Noord-Franse licht
sinds hij dood is
doet ze minder aan de tuin
eens haar trots
ze kreeg er nog een prijs voor
de senator kwam er voor over
helemaal uit Parijs
waar hij een appartement had
en een vriendin
het was vlak voor de verkiezingen
die hij won
de koeien zijn verkocht
de tractor staat te roesten in het hoge gras
het erf is netjes aan kant
en er is nog hout voor één winter
Remco Campert
Uit: Nieuwe herinneringen: gedichten.
Amsterdam, Bezige Bij, 2007.
Elke dag nog praat ze
met zijn grafsteen
op het kleine kerkhof aan de overkant
uitzicht over het dal
met het dunne riviertje
glinsterend als een spinnendraad in het Noord-Franse licht
sinds hij dood is
doet ze minder aan de tuin
eens haar trots
ze kreeg er nog een prijs voor
de senator kwam er voor over
helemaal uit Parijs
waar hij een appartement had
en een vriendin
het was vlak voor de verkiezingen
die hij won
de koeien zijn verkocht
de tractor staat te roesten in het hoge gras
het erf is netjes aan kant
en er is nog hout voor één winter
Remco Campert
Uit: Nieuwe herinneringen: gedichten.
Amsterdam, Bezige Bij, 2007.
Van Nijlen: de Tuinier
De Tuinier
Hij is voortaan alleen nog maar tuinier,
Vergat voorgoed de straten en de steden
En hij verzorgt, verlost van zijn verleden,
De teere phlox, de stralende anjelier.
Hij woont zoo ver, wie achterhaalt hem hier?
Het kleine dorp ligt rustig daar beneden....
Zijn leven heeft voortaan geen andre reden,
Dan de berusting van het vreedzaam dier.
Maar soms in vroegen nacht, wanneer de maan
Oranjekleurig bloeit aan de bewaasde kimmen,
Voelt hij zijn hart heel even sneller slaan,
Als hij ziet rijzen in opalen gloor
Al de gedaanten uit het rijk der schimmen
Die hij bemind heeft en voorgoed verloor.
Jan Van Nijlen
Pessoa
Over Pessoa:
In veel gedichten is bovengenoemde stoïcijnse levenshouding impliciet het onderwerp, getuige het gedicht ‘De rozen uit de tuinen van Adonis’ (Pessoa 1995, p. 131). Daarin verklaart de dichter de rozen uit Adonis' tuin lief te hebben, omdat ze zo vluchtig zijn, omdat ze ‘op de dag dat zij geboren / Worden, op die dag ook sterven.’ De dichter spoort zijn toehoorder, Lydia (en daarmee dus ook zijn lezers), aan om het voorbeeld van de rozen over te nemen: ‘Maken wij zo ons leven tot een dag / Onwetend, Lydia, uit vrije wil’. Uit het gedicht spreekt vooral het besef dat het menselijk bestaan een zeer vluchtige aangelegenheid is en dat de mens zich daar alleen maar bij neer kan leggen. Verzet heeft geen zin: ‘De nacht is voor en na / De spanne die wij duren’.
Milla van der Have, Het ik zijn anderen. De poëtische identiteitscrisis van Fernando Pessoa. DBNL.
donderdag 29 mei 2014
Finkers: bonenlied
BonenliedIk zat laatst aan de waterkant te vissen. Het was die dag heel toevallig
werelddierendag, dus ik deed een extra dikke pier aan de haak...
O... excuses
Ik onderbreek even dit verhaal
De oorzaak is banaal want anaal
Ik had om half zes een Grieks maal
En weet u wat daar in zat allemaal?
De witte boon, de bruine boon - pfflll! - tuinboon
De gele boon, de rode boon - pfflll! - slaboon
De Franse boon, de sperzieboon - pfflll! - snijboon
And hear the word of the Lord - pfflll! -.
Prinsessenboon, de grote boon - pfflll! - pronkboon
De rauwe boon, de blauwe boon - pfflll! - rumboon
De sojaboon, de molleboon - pfflll! - stokboon
And hear the word of the Lord - pfflll! -.
"O Lord! Amen!"
En dat was de heilige boon - pfflll! -.
Herman Finkers
Richard Minne: Tobbie
Tobbie en ik we passen saam.
En dit zij het epithalaam.
Tobbie, zij, herkauwt de blaren.
En ik, ik herkauw de jaren.
En daar is de uitkomst die ons bindt:
Richad Minne over Zuid Vlaanderen
Richard Minne: streepken aarde
Ik was
op verre zeeën
tuk.
Nu zoek
ik bij mijn peeën
geluk.
Een
omheind streepken aarde
volstaat,
en
draagt de waarde van een
daad.
Le Carré: Constant Gardener
The Constant Gardner:
Handsome, diffident Justin (the "constant gardener" of the title) at first appears not quite up to the task of tracking down her killers. As his colleague Sandy Woodrow puts it to the pair of British police who come over to investigate the murder, Justin "loves nothing better than toiling in the flowerbeds on a Saturday afternoon - a gentleman , whatever that means - the right sort of Etonian, courteous to a fault ...".
Review: The Constant Gardener by John le Carré | Books | The Guardian
Pollan: gardener
De tuiner als metafoor:
“Anthropocentric as [the gardener] may be, he recognizes that he is dependent for his health and survival on many other forms of life, so he is careful to take their interests into account in whatever he does. He is in fact a wilderness advocate of a certain kind. It is when he respects and nurtures the wilderness of his soil and his plants that his garden seems to flourish most. Wildness, he has found, resides not only out there, but right here: in his soil, in his plants, even in himself...
But wildness is more a quality than a place, and though humans can't manufacture it, they can nourish and husband it...
The gardener cultivates wildness, but he does so carefully and respectfully, in full recognition of its mystery.”
Michael Pollan, Second Nature: A Gardner's Education
zie ook Inspiring Quotes about Gardening, Nature, and Life
Pollan beschrijft zijn leerschool in de tuin. Hij
constateert dat er twee tuinen zijn: “de ene min of meer denkbeeldig, de andere
opdringerig echt”. (9)
Voor het gratis eerste hoofdstuk: Second Nature: A Gardener's Education: Michael Pollan: 9780802140111: Amazon.com: BooksThis book is the story of my education in the garden. The garden in question is actually two, one more or less imaginary, the other insistently real. The first is the garden of books and memories, that dreamed-of outdoor utopia, gnat-free and ever in bloom, where nature answers to our wishes and we imagine feeling perfectly at home. The second garden is an actual place, consisting of the five acres of rocky, intractable hillside in the town of Cornwall, Connecticut, that I have been struggling to cultivate for the past seven years. Much separates these two gardens, though every year I bring them a little more closely into alignment (p. 1).
Pollan realiseert zich dat hij geen tuinier kan worden
zonder ook iets te leren over zijn plaats in de natuur. Of ruimer: over de
relatie mens-natuur. Vandaag is de tuin voor hem de plek om daarover iets te leren.
Both of these gardens have had a lot to teach me, and not only, as it turned out, about gardening. For I soon came to the realization that I would not learn to garden very well before I'd also learned about a few other things: about my proper place in nature (was I within my rights to murder the woodchuck that had been sacking my vegetable garden all spring?); about the somewhat peculiar attitudes toward the land that an American is born with (why is it the neighbors have taken such a keen interest in the state of my lawn?); about the troubled borders between nature and culture; and about the experience of place, the moral implications of landscape design, and several other questions that the wish to harvest a few decent tomatoes had not prepared me for. It may be my nature to complicate matters unduly, to search for large meanings in small things, but it did seem that there was a lot more going on in the garden than I'd expected to find. (Polland, Second Nature, Amazon.com: Books).
Haasse: Machiavelli en de moestuin
Machiavelli en het buitenleven (Affi en ik waren daar):
Tot zover Niccolò Machiavelli. Nee, hij hield niet van het buitenleven. In de boomgaard, in de herbeg, op de weg, strikken spannen voor gevogelte, de moestuin inspecterend, bekvechtend met boeren, altijd en overal daar in San Casciono, was hij een vreemdeling.Hella S. Haasse, Kleine Reismozaïek.
Kopland: Jonge Sla
Jonge sla
Alles kan ik verdragen,
het verdorren van bonen,
stervende bloemen, het hoekje
aardappelen, kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.
Maar jonge sla in september,
net geplant, slap nog,
in vochtige bedjes, nee.
Rutger Kopland (1934 – 2012) | JONGE SLA
Kopland: Groen Uitgeslagen
Groen uitgeslagen
Ze zijn er een beetje bij blijvenliggen, die duizenden gedichten overde oude, beschimmelde dingenMaar vanuit de trein weer zulke ontroerendemoestuinen gezien, met peulen, bietjes,de piepers voor de winterdag, alles ineen groeizaam regentje, het fietsen-schuurtje waar vader achter tegen plast.Grootmoeder weer begraven. Het misttevaag en de zon scheen vaag en er wasniets meer aan te doen, alles wasbetaald. Eenmaal gaan we allemaalwerd er gezegd. Om te huilen zo mooi.In een rivier deze zomer hele grotegladde en groen uitgeslagen rotsblokkengezien en bevoeld met net zulke prachtigedetails als bij jou,wel van steen natuurlijk.
Rutger Kopland
uit: Alles op de fiets,
Van Oorschot, 1969
Kopland: een lege plek
Een lege plek om te blijven
Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.
Rutger Kopland
uit: Een lege plek om te blijven,
Van Oorschot, Amsterdam 1975
Kopland: Onder de Appelboom
Onder de appelboom
Ik kwam thuis, het was
een uur of acht en zeldzaam
zacht voor de tijd van het jaar,
de tuinbank stond klaar
onder de appelboom ik ging zitten en ik zat
te kijken hoe de buurman
in zijn tuin nog aan het spitten
was, de nacht kwam uit de aarde
een blauwer wordend licht hing
in de appelboom
toen werd het langzaam weer te mooi
om waar te zijn, de dingen
van de dag verdwenen voor de geur
van hooi, er lag weer speelgoed
in het gras en verweg in het huis
lachten de kinderen in het bad
tot waar ik zat, tot
onder de appelboom
en later hoorde ik de vleugels
van ganzen in de hemel
hoorde ik hoe stil en leeg
het aan het worden was
gelukkig kwam er iemand naast mij
zitten, om precies te zijn jij
was het die naast mij kwam
onder de appelboom, zeldzaam
zacht en dichtbij
voor onze leeftijd.
Rutger Kopland
uit: Onder het vee,
Van Oorschot, Amsterdam 1966
Poëzieleestafel
Elsschot en de Moestuin
Over Elsschot:
"Vertonen de setting en de communicatie in hoofdstuk xiv trekken van het hier in de ‘Opdracht’, in het slothoofdstuk van de roman blijkt een en ander veranderd en doen ze meer aan het daar denken. Dat is in grote mate een effect van de komst van Laarmans' in Polen geboren kleinzoon. Hoofdstuk xxi opent met een beschrijving die tot in de details parallel én tegengesteld is aan de eerder geciteerde. Het gehuil van de wind blijkt verstomd (‘De Noordenwind [...] zit nu thuis’ (127)) en natuur en cultuur gaan - althans in de metaforische verwoording van Laarmans - haast in elkaar op: ‘de bijen en bromvliegen blazen op hun mirliton’.52 Die paradijselijke synthese van natuur en cultuur wordt ook zichtbaar in de moestuin van Willem, waar de gewassen ‘in bonte wanorde door elkander’ staan: ‘zonnebloemen als wagenwielen zoo groot, snijboonen waar geen eind aan komt, nederige aardappelen, keurig gecoiffeerde sla, erwten die pas in Augustus in bloei staan’ (128). Ook de mensen aan de kust zien er nu anders uit: ‘Stekelorum, die achter dien kruiwagen mest liep, staat in zijn zwart pak voor de deur van zijn pension en zendt voortdurend zijn glimlach over de baan in de richting van de tram, van waar de stedelingen moeten aankomen’ (127).
Koen Rymenants
‘Ik zie hem zingen maar hoor hem niet’. Een lectuur van de ‘Opdracht’ bij Elsschots Tsjip (1934)
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 120 · dbnl
Nescio
Nog meer Valkhoff over Nescio:
In 'De Uitvreter' vind je Japi, à la Thoreau, altijd wel ergens aan de waterkant. "Daar zat hij maar, uren achtereen, onbeweeglijk. Dat duurde een week of drie." Thoreau zegt in Walden: "Ik schep er genoegen in om niet mee te doen aan deze rusteloze en triviale negentiende eeuw, maar in overpeinzingen verzonken aan de kant te staan en haar voorbij te laten gaan."
Het latere verhaal 'Titaantjes' echter ademt reeds het weemoedige fatalisme dat volgens Nescio iedere ootmoedige hemelbestormer op gevorderde leeftijd in zijn greep krijgt. De verteller Koekebakker gelooft niet erg in de 'Waldense' idealen van Bekker, een van de personages in het verhaal. Het door Bekker felbegeerde hutje op de hei wordt volgens Koekebakker toch nooit wat. Hij gelooft niet in het boerenbestaan van stedelijke intellectuelen die Dante willen vertalen. "En ik vroeg Bekker waar-i van leven wilde, dat boeren van kantoorheeren lukt gemeenlijk niet al te best, behalve in Amerika, waar allerlei leugens van geloofd worden. Maar hij maakte zich daarover geen zorg. Hij had niks noodig. En dat is nu juist 't groote verschil tussen God en ons. Er is dan ook niks van terecht gekomen van die hei", besluit de belerende Koekebakker resoluut. Nescio steekt de draak met het 'valse plattelandsgevoel' van dichterlijke dromers als Van Eeden, die dwepen met de Amerikaanse utopisten en natuurliefhebbers. Een hoofdstuk eerder had hij Koekebakker al laten afrekenen met die rare kolonisten uit Walden. "En van dat wonen op de hei zal ook wel niets komen. In de kolonie van Van Eeden hadden we misschien kunnen gaan, maar toen we op een Zondag er heen waren geloopen, vier uur gaans, toen liep daar een heer, in een boerenkiel, met dure gele schoenen, kolombijntjes te eten uit een papieren zak, blootshoofds, in innige aanraking met de natuur, zooals dat toen genoemd werd, en z'n baard vol kruimels." Nescio wil maar zeggen dat idealisten als Bekker en Van Eeden niet moeten denken dat ze met hun enthousiasme de hele wereld aankunnen. Zij zullen met de jaren ook wel wijzer worden en bedaren, is zijn vaderlijke boodschap. Nieuwe Titaantjes zullen op hun beurt proberen de wereld naar hun zin in te richten. Volgens de schrijver is 't allemaal tevergeefs, die malligheid. "Koekebakkertje is (net als Nescio) een wijs en bedaard man geworden" en "God's troon is nog ongeschokt".
Thoreau & Nederlandse Literatuur
"Het is niet de moeite waard om de wereld rond te gaan en wilde katten te tellen in Zanzibar.""Je hoeft geen new age-type te zijn om 'Walden' van Thoreau actueel te vinden. Het lezen van dit poëtische manifest is een verfrissende ervaring” aldus Hans Valkhoff.
Walden bevat een schat aan praktische informatie over ecologisch bouwen, eten, stoken en tuinieren.
Uit: Nescio artikels
Valkhoff beschrijft de invloed van Thoreau op de Nederlandse literatuur:
In Nederland inspireerde de literaire utopist in eerste instantie de Tachtigers. Het was de schrijver-wetenschapper Frederik van Eeden die aan het einde van de negentiende eeuw in Nederland zijn eigen Waldengemeenschap oprichtte. Van Eeden liet zich inspireren door de Amerikaanse utopisten en stichtte, nadat de Nederlandse experimenten waren mislukt, in 1909 een boerengemeenschap voor emigranten in North Carolina. Ook de schrijver Nescio werd in zijn jeugd benvloed door deze sociaal-ecologische beweging. In 1899 las hij de brochures 'Waarvan leven wij?' en 'Waarvoor werkt gij?' van Frederik van Eeden. Even later meldde de 18-jarige Nescio zich aan bij de Waldenkolonie, maar Van Eeden zette hem op de wachtlijst. Daarom stichtte Nescio met een paar vrienden een eigen kolonie in de buurt van Huizen. De jonge idealist Nescio was zeer onder de indruk van de wonderlijke Frederik van Eeden - "die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond" - en zijn Waldenkolonie. Nescio werd medewerker van 'De Pionier', het blad van de in 1901 in het Gooise Walden opgerichte Vereeniging voor het Gemeenschappelijk Grondbezit en schreef later met geveinsde ironie dat idealisme zijn beroep was.
Nescio's werk heeft opvallend veel gemeen met het gedachtengoed van Henry David Thoreau en zijn tijdgenoten. Dat lees je niet alleen in de dichterlijke beschrijvingen van natuur en landschap, je vind het ook terug in de eensluidende maatschappijkritiek. De anti-burgerlijke ledigheid en het 'versterven' (volgens Van Dale onder andere 'het zich onthouden van aardse genoegens') zijn bij uitstek Thoreauviaanse thema's. Beide auteurs ageren voortdurend tegen het protestantse arbeidsethos met zijn deprimerende prikklok en vervreemdende arbeid. Ze verzetten zich tegen het heersende mechanistische wereldbeeld waarin het onbegrijpelijke marktmechanisme en de triviale vooruitgang de toon zetten en het levensritme bepalen.
Ecotopia
A Design Strategy For the New Millennium
in Santa Cruz, California
by Paul Lee
In November of l992, I was inspired by the example of the Homeless Garden Project, when I was informed of the success of the first year’s Community Supported Agriculture Program (C.S.A.). I had been under the mistaken impression that the hundred or so participants, who had paid somewhat over $300 in advance for a share in the coming harvest had subvented the program, paying in more than they received in produce. I thought members received half or three-quarters in value in terms of the weekly boxes of organic produce supplied by the garden. In fact, the members received twice what they paid for at market value. I suddenly understood the meaning of an “economy of gift”, based on, of all things, homeless labor. Participants risked their share, paid in advance, based on their faith in the project, and received twice what they paid for. It was a wonder to behold.
Thoreau
Henry David Thoreau - EcoTopia
Thoreau earned his place in history and in The Ecology Hall of Fame on July 4, 1845, when he moved to Walden Pond, “to live deliberately.” Over the past century and a half, millions have read his musings on his life there and been inspired. That day defined his life. His time at Walden, slightly over two years, demonstrated the natural harmony that was possible when a thinking man went to live simply, reading books, writing in his diary, cultivating his beans, and walking in the woods. The message that comes through most clearly from the pages of Walden is that this is, itself, a “Hero’s journey.”
During his life, Thoreau was little known outside his small social and intellectual circle. Yet his reputation as a prophet for ecological thought and the value of wilderness, born at Walden, now grows with each passing year. He articulated the idea that humans are part of nature and that we function best, as individuals and societies, when we are conscious of that fact.
Snijders: Landelijk randje
Snijders schrijft over zijn verhuis van Amsterdam naar het
platteland. Hij schrijft dat hij zich een stadmens voelde “met een landelijk
randje”. Maar het verandert:
In de loop van de jaren is het accent verschoven, ik ben een buitenman met een stedelijk randje geworden. De voornaamste oorzaak is het geluid. Ik hou meer van het geloei van koeien dan van het janken van ambulances, meer van het hanengekraai dan het snerpen van remmen, meer van mijn eigen muziek dan van de muziek van de buren (ook als is dat mijn eigen muziek), meer van het gekwetter van mezen dan het gekwebbel van mensen” (Snijders, Vijf Bijlen, p. 536).
woensdag 28 mei 2014
Snijders en snijden der padi
In het zkv 'Het snijden der padi' herinnert Snijders mij aan de essentie van de moestuin via een citaat uit de rede van Max Havelaar:
Over de 'snijders' (sorry voor de woordspeling, maar ik kon die niet laten liggen):
Onlangs was ik op het tachtigste verjaardagsfeest van Etienne Vermeersch. In een ouder interview herinnerde ook hij mij aan de padi:
Maar dat zou beteken dat de vreugde er ook in bestaat te schrijven over het snijden van de padi's die men geplant heeft en uiteindelijk ook klaargemaakt heeft.
"Want niet in het snijden der padi is de vreugde: de vreugde is in het snijden der padi die men geplant heeft". (Snijders, Vijf bijlen, p. 522).
Over de 'snijders' (sorry voor de woordspeling, maar ik kon die niet laten liggen):
De snijders verspreiden zich onregelmatig op het terrein, maar scharen zich op rijen en verrigten in die orde de taak, die zij te vervullen hebben.Tegen het middaguur zet de eigenaar van het veld gewoonlijk aan de personen , die hem behulpzaam zijn geweest , eenige door het gebruik bepaalde spijzen voor.
Uit: BIJDRAGE TOT DE KENNIS VAN DE RIJSTKULTUUR OP HET EILAND JAVA.
Mieren en rijst, Jan Brandes, , 1779 - 1785 - Ants!-Verzameld werk van Andy Giger - Alle Rijksstudio's - Rijksstudio - Rijksmuseum
Onlangs was ik op het tachtigste verjaardagsfeest van Etienne Vermeersch. In een ouder interview herinnerde ook hij mij aan de padi:
Al heel lang ben ik van de gedachte aan een eeuwige beloning afgestapt, en ik heb ook niet geleefd in de verwachting zo’n aardse prijs te krijgen. Immers: 'niet in het snijden van de padi is de vreugde' zegt Multatuli 'de vreugde is in het snijden van de padi die men geplant heeft'. Het reizen zelf, geeft meestal meer bevrediging dan de eindbestemming van een reis. Maar we zijn allemaal, zolang we niet in grootheidswaan leven, enigszins onzeker over de waarde van onze keuzes en daden. Daarom kan de waardering van anderen, als steun en aanmoediging, heel welkom zijn.Vrijzinnig Humanisme (III): Etienne Vermeersch aan het woord - Le blog de CDR-Mededelingen
Vermeersch: "Daarom kan de waardering van anderen, als steun en aanmoediging, heel welkom zijn". Daarom schrijven we deze blog?
Maar dat zou beteken dat de vreugde er ook in bestaat te schrijven over het snijden van de padi's die men geplant heeft en uiteindelijk ook klaargemaakt heeft.
dinsdag 27 mei 2014
Maartens tomaten
Tomaten aan touwtjes
Een potje om water in te gieten (water mag niet op het
plantje)
PS
Tomaten zijn net vrouwen, je moet er steeds achteraan lopen
(aldus Maarten…)
Maartens Moestuin: kruiden
Maarten en de kruiden:
The Gardener's Reading Guide. The best Books...
The Gardener's Reading Guide is the first popular bibliography devoted to the enduring pastime of gardening. More than 3,000 fully annotated entries describe all types of gardening books, from gardening anthologies and personal narratives to the vast array of how-to titles.
Moestuinen langs de spoorweg
Terug van de States. Moestuinen in Vlaanderen langs de spoorweg:
Waarom bevinden moestuintjes zich zo vaak langs het spoor? - Goeie Vraag
Waarom moeten ze weg?
Waarom bevinden moestuintjes zich zo vaak langs het spoor? - Goeie Vraag
Waarom moeten ze weg?
Chicago: vegetable garden
In Chicago op de luchthaven... groenten:
O'Hare Airport Debuts Aeroponic Vegetable Garden
No more complaining about the poor quality of airport food--at least not in Chicago's biggest travel hub. The opening of the first in-airport vertical garden at O'Hare will supply the international airport's restaurants with swiss chard, red habanero peppers and 42 other types of herbs and vegetables grown right between terminals 2 and 3.
Huffington Post
zondag 25 mei 2014
Nieuws uit SOM
De koude en natte meimaand heeft de groentetuin geen deugd gedaan. Maar het resultaat valt al bij al nogal mee. De courgettes geraken eindelijk op dreef, de aardbeien doen het uitstekend (er is al oogst), de staakboontjes hangen er beetje halfstok bij maar kunnen nog herpakken. De erwten, rode bieten en ajuinen floreren. Over de aardappelen maak ik me zorgen, het loof wordt hier en daar weggevreten. Geen idee door wie, wellicht door slakken of konijnen - of door Jan de Tjech. (over deze Jan volgt nog een aparte bijdrage).
Onze haastig in elkaar geflanste serre is al aan restauratie toe, de lijm van de kleefband ontbindt. Benjamin heeft met succes een voorlopige herstelling uitgevoerd met wasspelden. Op 1 juni volgt de definitieve herstelling. Met de trostomatenplanten in de serre (die van de Brakelse markt) gaat het de goede kant uit.
De tomatenplantjes van het ELVEA-zaad doen het - op mijn terras - niet slecht, maar zijn een maand te laat gezaaid. Na een maand komt er eindelijk wat vaart in de groei. Het duurt nog wel een week of vier voor ze voldoende groot en sterk zijn. En dan gaan ze de serre in. In ons klimaat - heb ik al doende geleerd - zijn die jonge plantjes echte couveuse-babys. Zonder intensieve zorg komt er niets van terecht. Vocht, licht en temperatuur moeten precies gedoseerd worden, één koude en droge nacht en ze gaan door de knieën.
ELVEA of VPRO, het doet er niet toe Affie. Kennis, ervaring, geluk, de hand van de meester(es), daar gaat het om.
Abonneren op:
Reacties (Atom)






































