Vandaag op radio 1 een gesprek met Jan De Maesschalk die het o.a. heeft over "unwanted weed' en verwijst naar een schilderij/tekening (ik moet nog gaan kijken) van een distel. Vandaag verwijder ik de distels als ongewilde gasten in de tuin.
Ik was op verre zeeën tuk. Nu zoek ik bij mijn peeën geluk. Een omheind streepken aarde volstaat, en draagt de waarde van een daad. (Richard Minne)
zaterdag 7 juni 2014
Jan de Maerschalk
woensdag 4 juni 2014
Aardbeien
| Vandaag, net voor het middageten, werd Luigina in de grote moestuin betrapt op het ‘stelen’ van aardbeien, ze gaat er ‘il Fragolino’ mee maken als aperitief voor de gasten. |
zondag 1 juni 2014
Gardening: tuinieren als metafoor
Iets
academisch: gardening as metaphor of writing:
In contrast to the decorative view, Lakoff and Johnson argue that metaphor plays a central role in thought, and is indispensable to both thought and lan- guage. They see great significance in conventional metaphors, which they find to be ubiquitous in language. They also stress the importance of semantically related groups of metaphors, arguing that they are evidence of conceptual net- works. These ideas help to explain metaphors like those found in the writers interviewed by Tomlinson. Using Conceptual Metaphor Theory, it can be ar- gued that writers talk of writing in terms of cooking or gardening because they think of it like that. The mental structure of cooking or gardening that a writer holds internally underlies their mental structure for writing. It is thus natural that we find several semantically related metaphors in their talk, which is an expression of underlying thought patter
Deignan, Alice. 2005. Metaphor and Corpus Linguistics. Amsterdam & Philadelphia: John Benjamins (Converging Evidence in Language and Communication Research no. 6)
Labels:
Deignan,
Gardenting-metaphor,
tuin-metafoor
Het verschrikkelijke buitenleven, vervolg.
Ik dus vorige week om een een uur of vier 's middags de frisse lucht in. Ik wandel een eindje, op alles voorbereid, op dode takken die afknappen en op je hoofd vallen, op wilde katten die naar je keel springen, op bosbrand en brandnetels, enfin, op alles.' Maar het gaat allemaal goed en ik denk al, zoals je dan denkt in je onschuld: nou jongen, je komt er genadig af deze keer. Dat denk ik dus en ik loop over een paadje en links van me is een bos en rechts van me een stuk land, een tamelijk groen stuk land vol met bieten of knollen, hoe heten die dingen? Nee het waren knollen.Enfin, ik slenter er zo langs en wat denk je dat ik zie zitten in dat knollenland?'
' Geen idee' zei ik'.
' Daar zaten twee haasjes', zei mijn vriend. 'Echt een aardig gezicht, hoor. Ze zaten daar heel parmant tussen al die knollen. Maar weet je nou wat het aardigste was?'
'Geen idee.', zei ik weer.
'Die een die blies de fluite fluite fluit en d'ander sloeg de trommel', verklaarde mijn vriend triomfantelijk.
'Wat blies de een?' Vroeg ik verbaasd.
'De fluite fluite fluit', herhaalde mijn vriend.' Ik weet nog dat ik dacht: nou zie ik voor het eerst iets waar ik vrede mee kan hebben, iets dat me geen opgejaagd gevoel bezorgt. Terwijl ik dat zo loop te denken - je moet nooit denken , dat heb ik nu wel door - hoor ik geritsel en uit het bos komt een vent met een geweer'.
'Een jager?' Vroeg ik.
'Een jager jagerman,' stotterde mijn vriend, plotseling weer hevig aangegrepen door de herinnering aan de gebeurtenis. 'En hij heeft er een geschoten. Zo'n haasje, dat geen vlieg kwaad deed, dat gewoon een beetje zat te musiceren tussen de groene groene knollen knollen'.
'Wat afschuwelijk,' zei ik.
'Het afschuwelijkste is, dat het allemaal zo vlug ging, dat ik niet weet welke hij heeft geschoten,' vervolgde mijn vriend met haperende stem. ' Die met de fluite fluite fluit of d'ander met de trommel. Het laat me niet met rust. Maar hoe kan ik er ooit nog achter komen?'
'Ik weet het niet,' zei ik. 'En de ander? Hoe liep het met de ander af?'
'Nou, dat heeft, naar men denken denken kan, den ander zeer verdroten,' zei mijn vriend, terwijl hij iets wegslikte.
Remco Campert : Tot zoens.
' Geen idee' zei ik'.
' Daar zaten twee haasjes', zei mijn vriend. 'Echt een aardig gezicht, hoor. Ze zaten daar heel parmant tussen al die knollen. Maar weet je nou wat het aardigste was?'
'Geen idee.', zei ik weer.
'Die een die blies de fluite fluite fluit en d'ander sloeg de trommel', verklaarde mijn vriend triomfantelijk.
'Wat blies de een?' Vroeg ik verbaasd.
'De fluite fluite fluit', herhaalde mijn vriend.' Ik weet nog dat ik dacht: nou zie ik voor het eerst iets waar ik vrede mee kan hebben, iets dat me geen opgejaagd gevoel bezorgt. Terwijl ik dat zo loop te denken - je moet nooit denken , dat heb ik nu wel door - hoor ik geritsel en uit het bos komt een vent met een geweer'.
'Een jager?' Vroeg ik.
'Een jager jagerman,' stotterde mijn vriend, plotseling weer hevig aangegrepen door de herinnering aan de gebeurtenis. 'En hij heeft er een geschoten. Zo'n haasje, dat geen vlieg kwaad deed, dat gewoon een beetje zat te musiceren tussen de groene groene knollen knollen'.
'Wat afschuwelijk,' zei ik.
'Het afschuwelijkste is, dat het allemaal zo vlug ging, dat ik niet weet welke hij heeft geschoten,' vervolgde mijn vriend met haperende stem. ' Die met de fluite fluite fluit of d'ander met de trommel. Het laat me niet met rust. Maar hoe kan ik er ooit nog achter komen?'
'Ik weet het niet,' zei ik. 'En de ander? Hoe liep het met de ander af?'
'Nou, dat heeft, naar men denken denken kan, den ander zeer verdroten,' zei mijn vriend, terwijl hij iets wegslikte.
Remco Campert : Tot zoens.
Het verschrikkelijke buitenleven.
De natuur is vredig, zo wil de legende. Aan de wieg van die legende hebben waarschijnlijk vermoeide stedelingen gestaan, die zich maar al te gemakkelijk lieten inpalmen door het roepen van een koekoek, het wuiven van een boom of het glooien van een grasveld. Ze zagen alleen de dingen die ze zien wilden, aan de verschrikkelijke werkelijkheid gingen ze met gesloten ogen en oren voorbij.
Want achter dat vredige wuiven van die boom, onder dat gemoedelijke glooien van het grasveld spelen zich dag in dag uit trieste tragedies af. En die koekoek roept ook niet voor zijn plezier. Het kan misschien geen kwaad u dit te illustreren met een geval, mij verteld door een vriend, voor wiens betrouwbaarheid ik insta.
Mijn vriend woont sinds jaar en dag buiten. Hij beantwoordt niet aan het beeld dat wij ons van de buitenbewoner maken: hij rookt geen pijp, draagt geen pofbroek en zijn gezicht wordt niet getekend door gemoedsrust. Hij is niet geabonneerd op de plaatselijke krant en eieren koopt hij in de winkel, niet bij de boer.
De treurige waarheid is dat het buitenleven een nerveus wrak van mijn vriend heeft gemaakt. 'S Nachts kan hij de slaap niet vatten, overdag kan hij zijn bed niet uitkomen, eten krijgt hij bijna niet door zijn keel, zijn lectuur bestaat uit romans waarin het westen tegelijk met de zon ondergaat, hij heeft een tic aan zijn linkeroog en de oorzaak van dit alles is het feit dat hij door de natuur voortdurend met de gruwelijke werkelijkheid wordt geconfronteerd. De natuur laat hem geen ogenblik met rust en dat is hem duidelijk aan te zien. Maar laat ik nu mijn vriend aan het woord laten.
'Je weet dat ik bijna niet meer het huis uit kom,' aldus mijn vriend.'Ik blijf maar het liefste binnen zitten, want daar kan me tenminste niets overkomen, redelijkerwijs gesproken. Even afkloppen. Maar waarop? Heb jij toevallig een stuk ongeverfd hout bij je?' Nee dat had ik niet.
'Buiten staat het natuurlijk vol met ongeverfd hout,' vervolgde mijn vriend.' Maar daar begin ik niet aan, zo gek krijgen ze me niet. Er is geen boom die ik vertrouw. Enfin om kort te gaan, ik zit dus doorgaans binnen, maar hoe gaat het nietwaar,zo af en toe moet je toch wel eens de frisse lucht in..
Wordt vervolgd.
Uit Remco Campert: Tot zoens.
Want achter dat vredige wuiven van die boom, onder dat gemoedelijke glooien van het grasveld spelen zich dag in dag uit trieste tragedies af. En die koekoek roept ook niet voor zijn plezier. Het kan misschien geen kwaad u dit te illustreren met een geval, mij verteld door een vriend, voor wiens betrouwbaarheid ik insta.
Mijn vriend woont sinds jaar en dag buiten. Hij beantwoordt niet aan het beeld dat wij ons van de buitenbewoner maken: hij rookt geen pijp, draagt geen pofbroek en zijn gezicht wordt niet getekend door gemoedsrust. Hij is niet geabonneerd op de plaatselijke krant en eieren koopt hij in de winkel, niet bij de boer.
De treurige waarheid is dat het buitenleven een nerveus wrak van mijn vriend heeft gemaakt. 'S Nachts kan hij de slaap niet vatten, overdag kan hij zijn bed niet uitkomen, eten krijgt hij bijna niet door zijn keel, zijn lectuur bestaat uit romans waarin het westen tegelijk met de zon ondergaat, hij heeft een tic aan zijn linkeroog en de oorzaak van dit alles is het feit dat hij door de natuur voortdurend met de gruwelijke werkelijkheid wordt geconfronteerd. De natuur laat hem geen ogenblik met rust en dat is hem duidelijk aan te zien. Maar laat ik nu mijn vriend aan het woord laten.
'Je weet dat ik bijna niet meer het huis uit kom,' aldus mijn vriend.'Ik blijf maar het liefste binnen zitten, want daar kan me tenminste niets overkomen, redelijkerwijs gesproken. Even afkloppen. Maar waarop? Heb jij toevallig een stuk ongeverfd hout bij je?' Nee dat had ik niet.
'Buiten staat het natuurlijk vol met ongeverfd hout,' vervolgde mijn vriend.' Maar daar begin ik niet aan, zo gek krijgen ze me niet. Er is geen boom die ik vertrouw. Enfin om kort te gaan, ik zit dus doorgaans binnen, maar hoe gaat het nietwaar,zo af en toe moet je toch wel eens de frisse lucht in..
Wordt vervolgd.
Uit Remco Campert: Tot zoens.
Tuin als theaterproject
Het Wilde Plan: de Nomadische Tuin. De zwerftuin
Lente 2012 werd mijn hoofd besprongen door het wilde plan om als afstudeerprojekt lente 2013 een moestuin te beginnen op het dak van de Theaterschool Amsterdam, aan de Jodenbreestraat 3 in hartje Amsterdam. Een nomadische tuin, die opgevat mag worden als levend décor, of als verzameling plantaardige tegenspelers, als verlevendiging van mijn favoriete plek in het gebouw dat 4 jaar lang mijn school was, als performance- en discussieplek, of als metafoor.
De Tuin van Metafoor van Fleischer
Over De tuin als metafoor, een prefschrift van Alette Fleischer, zie Blog:
Haar proefschrift heeft als titel Rooted in fertile soil: seventeenth-century Dutch gardens and the hybrid history of material and knowledge production. In haar dissertatie koppelt zij de Nederlandse tuinhistorie aan de geschiedenis van wetenschap en technologie door het fijnmazige web te ontrafelen van handelsposten, scheepsroutes, ingenieurs, artsen, kaartenmakers en handelaren. Zij bedt de historie in een breder kader van sociologie en geschiedenis van wetenschap en techniek.
De tuin als metafoor voor de stand van zaken in een land, een verzamelcentrum van kennis, kunde en materialen. Met behulp van Bruno Latour’s ‘circulatie van kennis’-methode laat zij zien hoe het vastleggen, transporteren en herplaatsen van kennis en materialen leidt tot andere inzichten en uitvindingen op het gebied van botanie, natuuronderzoek, agricultuur en instrumenten.Nederlanders spelen internationaal nog steeds een belangrijke rol als het gaat om tuinaanleg. Wie daar nog niet van overtuigd is en binnenkort naar Londen gaat, moet zeker even de tijd nemen voor een bezoek aan het Garden Museum. Tot 20 februari 2011 is daar de expositie Going Dutch te zien, waar op bescheiden schaal aandacht wordt besteed aan het werk van de tuinarchitecten Henk Gerritsen (1948 – 2008) en Piet Oudolf (1944).
De laatste heeft bijvoorbeeld de Remembrance Gardens in New York ontworpen, ter nagedachtenis aan 11-9-2001. De herdenkingstuin maakt deel uit van de Battery Gardens, in Battery Park. Dit park vormt samen met het noordwestelijk gelegen Robert Wagner Park en de Esplanade langs de Hudson River een van de best bewaarde geheimen van de New Yorkers. Op mooie dagen zie je ze er bij honderden op de fiets of de skateboard, zonnebadend of picknickend in het gras op dit uiterst zuidelijke puntje van Manhattan. Velen blijven dan tot zonsondergang vanwege het spectaculaire uitzicht op de Statue of Liberty.Voor wie Londen en New York (voorlopig) niet binnen bereik liggen, is er altijd nog de privé-tuin van Oudolf in Hummelo. In juni 2011 wordt die weer open gesteld voor publiek.
Abonneren op:
Reacties (Atom)




