zaterdag 17 mei 2014

Texas

En ik vertrek naar Texas...


Spinazie

Bij spinazie mocht dit niet ontbreken uiteraard:

Did Popeye Have the Right Idea? Is Eating Spinach Good For You?

Spinach and Your Body

Popeye will turn 93 years old on December 19th of this year. And because of spinach, there’s no doubt that he’ll be alive and well for that birthday. Eating spinach improves cardiovascular health. Its antioxidant properties help prevent the harmful oxidation of cholesterol. Oxidized cholesterol is extremely dangerous to your heart and arteries. And thanks to its magnesium levels, spinach can lower high blood pressure levels in a matter of a few hours. In addition, spinach prevents the occurrence of strokes! A single serving of spinach contains 65% of your daily need of folate. Folate converts harmful, stroke-inducing chemicals in to wimpy nothings.

Spinach and Your Mind

At times it could often seem like Popeye is uneducated, but look closer and you’ll see he comes up with solutions to problems that seem impossible. How is he able to do this? You guessed it! Spinach!!! This leafy green is great for protecting your brain function from premature aging and slows old age’s negative effects on mental capabilities. It does this by blocking the harmful effects of oxidation on your brain.

Though his general idea of eating spinach is on point, Popeye did get one thing wrong about his spinach consumption—it wasn’t fresh! He always cracked open a can of spinach. If you want to reap all the real benefits of spinach, you have to eat it fresh! Although canned is okay, it won’t get you nearly as far as the fresh version from the produce section. But this little hiccup isn’t enough to fault Popeye—after all, he’s still made eating spinach look cool.




Rhubarb Quotes





Montaigne

Dobberlaar: Schrijven-met-Montaigne:
Om zichzelf te ontdoen van mogelijke tegenspraken, zeggen ze dat de stelling ‘ik weet het niet’ er een is die ook op zichzelf betrekking heeft. Volgens Montaigne leunen de sceptici hierbij op een vergelijking uit de geneeskunst die beweert dat rabarber kwade sappen uitdrijft en ook de rabarber zelf. (Dobbelaar, p. 35).

Montaigne:

"The nature that would eat rhubarb like buttered turnips, would frustrate the use and virtue of it; it must be something to trouble and disturb the stomach, that must purge and cure it; and here the common rule, that things are cured by their contraries, fails; for in this one ill is cured by another” Montaigne, Essays.  



Darwin's Garden

How Charles Darwin developed his ideas of evolution from his own garden and how it is still being debated today.
Five years after returning from his trip around the world on HMS Beagle, the young Charles Darwin became the owner of Down House in Kent, where he moved his growing family, far away from the turmoil and distractions of London. He would live here for the rest of his life. It would become the place where he began work on his masterpiece On the Origin of Species.
For almost twenty years he used the garden around him as his laboratory. In the orchard he conducted experiments on pollination. He built a dovecot where he could breed new strains of pigeons that helped him understand the questions of generation. On his daily walk along the sandbank he observed how plants competed for survival. In his heated greenhouse he conducted experiments on orchids and primulas. In solitude he was also able to struggle with the ideas of evolution that had haunted him since his voyage, and give him the courage to publish his revolutionary new ideas.
Bringing Darwin's garden to the present day, Boulter unfolds a shining portrait of the formation of one of England's greatest thinkers and his relationship with the place he loved and shows how his experiments that he conducted over 150 years ago are still revealing new proofs and revelations as we continue to search for the origins of life.

Rabarber: Jan Kuijper


Maarten & Rabarber


In rabarber zit ook oxaalzuur – slecht voor de botten. Bij oude botten daarengen kan het minder kwaad (aldus Maarten). Hij schenkt de rabarber aan zijn oudere vriendinnen.  

PS
Barbarber, officieel bestaand van 1958 tot 1971, had drie redacteurs. De namen zijn J. Bernlef, K. Schippers en G. Brands. Hans Renders beschreef in zijn geschiedenis van Barbarber de bepalende rol van G. Brands.
Oorspronkelijk moest het blad van Wim de Graaf en F. Jacobsen 'Rabarber' heten en een satirisch blad zijn. Maar dat wilden K. Schippers (Gerard Stigter) en G. Brands (Gerard Bron), die er bij kwamen, helemaal niet. Ze wilden een blad zoals ze het zelf wilden. De naam werd al gauw veranderd in Barbarber ('iemand zal zich wel versproken hebben').

http://www.druksel.be/nl/fondsen/brands/meer.html



Maarten & Spinazie

Maarten 't Hart (VPRO) deze week:



 
Nieuw Zeelandse spinazie: goed tegen scheurbuik.
Je kan het in de groentenwinkel niet kopen.

Voorbereiden in warm water….
  In elk potje één zaadje en binnen laten groeien…
 

vrijdag 16 mei 2014

Loesje

Als je snoeit moet de focus wel op groei blijven liggen..

donderdag 15 mei 2014

Wat bloeit daar in het struikgewas, in Oost Nederland.

Het allerleukste vind ik ook alles wat hier spontaan uit de grond komt.
Dat ik voornamelijk bezig ben met de natuur te beteugelen. Aanvankelijk dacht ik alles zijn gang te laten gaan maar dan overwoekeren de groten de kleintjes. Het is al erg genoeg dat dat zich onder de mensen afspeelt.
Dus hier kan ik de boel naar mijn hand zetten en een klein beetje sturen.
Zoals daar zijn:

Digitalis, Vingerhoedskruid, dit jaar staan ze met honderden langs de 'bosrand'. (Giftig, iemand heeft ooit de uitgebloeide bloemen bij de kippen gegooid, die met verlammingsverschijnselen het loodje legden)

Polygonatum, Salomonszegel, beschermd, de enige die ik wel eens uit het bos haal en in mijn paradijs zet en het daar erg naar zijn zin heeft. De bessen zijn uiterst giftig.

Polemonium, Jacobsladder, overal spontaan, in het wit en blauw.

Aquilegia vulgaris, Akelei, (Granny's nightcap) mijn lievelingsplant, in de meest fraaie kleuren, en elk jaar meer, door de vogels verspreid.

Lunaria annua, Judaspenning, fraaie witte bloemetjes, ooit ontstaan door de penningen die uit Judas zijn buidel vielen...
Lamium, dovenetel, hele velden geel en roze bloemen.

Hyacinthoides non-scripta, wilde hyacinth, zoals de akelei, iets vroeger in het jaar, overal verspreid, prachtige blauwe bloemetjes.
Komt voor bij jullie in de Vlaamse ardennen, in het muziekbos en in het Hallerbos. (Wikipedia)

En dan niet te vergeten de koekoeksbloem die erg overheerst dus die moet ik beteugelen, alhoewel hij een uiterst schattig roze bloemetje heeft.
Veel namen uit de bijbel ook realiseer ik me, Judas, Salomon en Jacob.


woensdag 14 mei 2014

Ben je al zover?

Affie mailde: ben je al zover? Alle begin is echter moeilijk. Ik denk trouwens dat ze sproeit of spuit met iets...



dinsdag 13 mei 2014

Moesmop

Toch eens een mop op de Moesblog: 
Zo is er die "mop" van de boer en de pastoor die samen langs de velden van de boer lopen. En de pastoor zegt "dit veld is mooi geploegd", "ja meneer pastoor, dat heb ik gedaan". "Met de hulp van God" antwoordt de pastoor. Ze passeren een tweede veld en de pastoor zegt "dit veld is mooi bebouwd", "ja meneer pastoor, dat heb ik gedaan". "Met de hulp van God" antwoordt de pastoor. En ze komen bij een derde veld waar het onkruid nog woekert. "Waarom ligt dit veld er zo slordig bij?" vraagt de pastoor. "Hier heb ik God even alleen laten werken" antwoordt de boer.
WJNH Forum • Toon onderwerp - God en religie?

Van Londersele: spitten


Ik zal je repareren vader

ik zal je repareren vader
en de nachtegaal van de keizer verzoeken
de benen van je witte bed uit je
smalle leven te verwijderen

ik zal de voetsporen van het gezwel
uitwissen met de palm van
mijn eigen regen en handen
ik zal een ezel met een mes ontbieden om
met koppigheid naar de oorsprong te snijden

en wat meer is, vader,
zolang er aarde is, zal ik voor je spitten

roel richelieu van londersele

Van Eyck: De tuinman en de dood

De tuinman en de dood
Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: 'Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!' -

Van middag - lang reeds was hij heengespoed -
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.

'Waarom,' zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
'Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?'

Glimlachend antwoordt hij: 'Geen dreiging was 't,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,
Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan.'


---------------------------------------------------
uit: Verzameld Werk van P.N. van Eyck (1887-1954)



Naipul: raadsel van de aankomst



Naipul, V.S.(1987), Het raadsel van de aankomst. Amsterdam: Arbeiderspers. 1988.
 Naipul, V.S. (1987), The Enigma of Arrival. London: Viking.

Ooit las ik Naipul en ik noteerde de volgende inzichten:


“Zoveel dingen om voor te zorgen! Zoveel verschillende dingen om in verschillende tijden op te kweken! Het leek wel alsof Jack op zoek was naar werk, op zoek naar taken, alsof hij zijn best deed zichzelf bezig te houden. En toen rees de gedachte bij me op, dat het hier om méée ging dan om werkzaamheden, om het doorbrengen van de dag; dat het om
méér ging dan geld, het extra geld dat Jack misschien kon verdienen door zijn planten en groenten te verkopen. Op dat stukje grond (…) leek Jack zijn levensvervulling te hebben gevonden.” (41).

“De nieuwe mensen in de andere daglonershuisjes deden niet wat hij had gedaan. Ze schenen weinig hart te hebben voor het stukje grond dat bij hun woning hoorde. Of ze zagen het anders; of ze hadden een ander idee van het leven.” (59).

Het tweede leven in Wiltshire:
“mijn tweede gelukkige kindertijd, om zo te zeggen, mijn tweede aankomst (maar nu met het waarnemingsvermogen van de volwassene) bij de natuur en de kennis daarvan, gecombineerd met de vervulling van die oude kinderdroom over een veilig huis in het bos. “ (108).

“Nu kwam ik, een buitenstaander, het aanschijn van het land weer iets veranderen; nu kwam ik doen wat ik – zo bewust – anderen had zien doen: een mogelijke ruïne scheppen.” (109).

“Maar ik had niet eenmaal een fototoestel op mijn wandeling meegenomen en misschien kwam het daardoor – doordat ik er geen zichtbare neerslag van bezat – dat al die dingen juist een grotere scherpte verkregen. Want al gauw bestonden ze alleen nog maar in mijn hoofd.” (113).

“Dus schreef ik in mijn dagboek. Maar ik liet heel wat dingen weg die de moeite van het noteren waard waren, dingen die ik jaren later een stuk belangrijker zou hebben gevonden dan wat ik toen opschreef.” (130).

 “Een tuinman behoorde bij de plantages, het grootgrondbezit, uit het verleden.” (274)

“De literatuur of de filmkunst had aan het woord ‘tuinman’ wellicht een andere inhoud kunnen geven (al kan ik me daarover geen film herinneren). Maar mijn kennis van het woord sloeg op moerasland, plantages, op moeizaam verworven tuinderijtjes, en was was de kennis die ik meenam naar Engeland. Dat was de kennis die ten grondsalg lag aan mijn voorstelling van een tuinman bij P.G. Woodhouse, mijn voorstelling van de tuinman in Richard II die poëtisch converseert met een wenende koningin. En het kon niet anders of ik deed nieuwe kennis op. In London had je de tuinlieden van de grote parken. Er was een tuinman op mijn college in Oxford, een zachte, humorvolle, pijp rokende man met een optreden alsof hij een van de docenten was (vond ik). Maar zoals ik in de volkstuintjes naast de spoorlijn langzaam de oorsprong was gaan zien van de tuinderijen op de Aranguez, zo keerde bij mijn oorspronkelijke voorstelling van de tuinman terug – louter omdat ik op het landgoed terechtkwam (met zijn laatste nagalm van een groot herenhuis vol bedienden) en rondom mij de resten zag van een landbouwbestaan op grote schaal (de verre, verworden oorsrpong van de plantages op trinidad)…
 (274-275)

“Mijn huisbaas hield van gladiolen; Pitton kweekte ze voor hem in de tuin. Alan had er een gruwelijke hekel aan, vanwege hun opzichtigheid en hun lengte. Hij zei, terwijl hij zijn ogen dichtkneep en een rilling door zich heen liet gaan: “Ze zouden zo hoog moeten zijn” – en hij buklte zich en hield een sierlijk gerspreide hand ter hoogte van zijn scheenbeen.” (351).



zondag 11 mei 2014

Op hoop van zegen (en zon)

Onze Stambonen.


Zen en het bouwen van een Serre

Het bouwen van een serre op basis van een goal met kleefband, bamboe en plastic.








Ontwerp: De Voogdt-Soetaert