De taal van het bos
De bomen en de bossen mogen in Suzanne Simards autobiografische eco-epos het verhaal vertellen van diversiteit en samenwerking. De mens kan ervan leren.
Geerdt Magiels
Zaterdag 10 juli 2021 om 3.25 uur
SUZANNE SIMARD
Zoeken naar de moederboom
Vertaald door Titia Ram, Prometheus, 376 blz., 25 € (e-boek 14,99 €).
(…)
Op zoek naar de moederboom is een ode aan de wetenschap en aan het majestueuze oerbos in Brits Columbia waar nog maar drie procent van overeind staat. Simard groeide er op als dochter van een houtvestersfamilie en woont en werkt er nog steeds.
Haar grootvader hakte selectief, liet oude bomen staan en hield zo een ecosysteem intact waarin hij hout kon blijven oogsten. Die jeugdherinneringen voedden Simards intuïtie over de samenhang van een woud, van bodemflora en -fauna tot in de kruinen. De oude bomen die bleven staan zijn de ‘moederbomen’ die de hoofdrol spelen in haar boek.
Berken leveren in de zomer suikers aan naaldbomen via een ondergronds netwerk van schimmeldraden die wortels met elkaar verbinden. De dennen sturen in ruil voedsel naar de berken in lente of herfst, wanneer die geen bladeren hebben en zelf niet aan fotosynthese kunnen doen. Oude bomen leveren ook voedingsstoffen aan jonge scheuten die in de schaduw staan, weliswaar met lichte voorkeur voor eigen nakomelingen. Dat was wat Simard intuïtief had aangevoeld en na minutieus en door modder, muggen en grizzly’s geplaagd veldonderzoek vaststelde. Het toonde volgens haar aan dat een gezond bos een gemeenschap vormt waarin de bioproductiviteit ten dienste staat van alle organismen, hoe divers ook.
Dat was een verbluffende vaststelling waar plantkundigen en bosbouwers in eerste instantie geen geloof aan wilden hechten. Altruïsme, en zeker tussen verschillende soorten, was veertig jaar geleden nog een ongemakkelijk concept voor evolutiebiologen. Hoewel Darwin al het belang van coöperatie in de natuur inzag en uitgebreid plantengemeenschappen beschreef, raakte dat stuk van zijn theorie overschaduwd door het competitieve luik van zijn selectieverhaal.
Simard steekt het niet onder stoelen of banken dat onze mensenmaatschappij wat van de bomensamenleving kan leren. In het bos is diversiteit een sterkte die leidt tot meer stabiliteit en veerkracht. Uiteenlopende soorten werken samen in een synergetisch geheel. De fotosynthetische capaciteit van een plant levert brandstof voor bodembacteriën die stikstof fixeren. Een andere plant met diepe wortels zuigt grondwater op wat het deelt met een plant die stikstof opneemt maar daarvoor veel extra water nodig heeft. Door de samenwerking gaat de totale productiviteit omhoog. Daarnaast worden via bodem en lucht chemische waarschuwingssignalen verstuurd die verwittigen voor schadelijke schimmels of parasieten waardoor nabije en verre buren zich kunnen voorbereiden door het aanmaken van biochemische afweer.
Zonder schrik voor enig antropomorfisme vergelijkt Simard bossen met breinen: intelligente systemen opgebouwd uit miljoenen eenheden die slim samenwerken. In het ondergrondse ‘zenuwstelsel’ van een bos circuleert glutamaat, een molecule die we ook kennen als neurotransmitter in de hersenen. Als ‘intelligentie’ begrepen kan worden als het waarnemen en onthouden van veranderingen in de omgeving en daar op een slimme manier op reageren dan kan je een bos, net als een bijenvolk, intelligent noemen. Kennis en informatie worden ook in het plantenrijk uitgewisseld, communicatie is de basis van het bos.
De kracht van Simards verhaal is de veelzijdigheid. Ze beschrijft hoe wetenschap werkt, hoe onderzoek mee vormgegeven wordt door gebeurtenissen in hun eigen leven (bij haar: verliefdheid, verlies, verhuizen, depressie, kanker) en hoe onderzoeksresultaten in conflict kunnen komen met economische en culturele waarden. Ze beschrijft hoe ze op ideeën komt, hoe ze die omzet in testbare hypothesen en hoe ze probeert die ook daadwerkelijk te toetsen. Daarbij moet ze opboksen tegen onbetwistbaar geachte bosbouwkundige waarheden, als jonge vrouw met controversiële bevindingen in een mannenwereld van winstgerichte bosproductie. Het zou decennia duren voor de houthakkers en boswachters hun standaardmethode van complete kaalkap, aanplant van (al dan niet genetisch gemodificeerde) productiesoort en doodsproeien van concurrerende planten langzaam durven te herbekijken.
Dankzij haar verteltalent weet Simard die vele verhaallijnen mooi te verweven tot een ode aan de verbondenheid van het leven, van mensen onderling, van mensen met de rest van de natuur en met de hele planeet. Haar ultieme vraag: hoe leven we samen?
Meer info:
Verschenen op zaterdag 10 juli 2021