zondag 1 juni 2014

Het verschrikkelijke buitenleven.

De natuur is vredig, zo wil de legende. Aan de wieg van die legende hebben waarschijnlijk vermoeide stedelingen gestaan, die zich maar al te gemakkelijk lieten inpalmen door het roepen van een koekoek, het wuiven van een boom of het glooien van een grasveld. Ze zagen alleen de dingen die ze zien wilden, aan de verschrikkelijke werkelijkheid gingen ze met gesloten ogen en oren voorbij.
Want achter dat vredige wuiven van die boom, onder dat gemoedelijke glooien van het grasveld spelen zich dag in dag uit trieste tragedies af. En die koekoek roept ook niet voor zijn plezier. Het kan misschien geen kwaad u dit te illustreren met een geval, mij verteld door een vriend, voor wiens betrouwbaarheid ik insta.
Mijn vriend woont sinds jaar en dag buiten. Hij beantwoordt niet aan het beeld dat wij ons van de buitenbewoner maken: hij rookt geen pijp, draagt geen pofbroek en zijn gezicht wordt niet getekend door gemoedsrust. Hij is niet geabonneerd op de plaatselijke krant en eieren koopt hij in de winkel, niet bij de boer.
De treurige waarheid is dat het buitenleven een nerveus wrak van mijn vriend heeft gemaakt. 'S Nachts kan hij de slaap niet vatten, overdag kan hij zijn bed niet uitkomen, eten krijgt hij bijna niet door zijn keel, zijn lectuur bestaat uit romans waarin het westen tegelijk met de zon ondergaat, hij heeft een tic aan zijn linkeroog en de oorzaak van dit alles is het feit dat hij door de natuur voortdurend met de gruwelijke werkelijkheid wordt geconfronteerd. De natuur laat hem geen ogenblik met rust en dat is hem duidelijk aan te zien. Maar laat ik nu mijn vriend aan het woord laten.
'Je weet dat ik bijna niet meer het huis uit kom,' aldus mijn vriend.'Ik blijf maar het liefste binnen zitten, want daar kan me tenminste niets overkomen, redelijkerwijs gesproken. Even afkloppen. Maar waarop? Heb jij toevallig een stuk ongeverfd hout bij je?' Nee dat had ik niet.
'Buiten staat het natuurlijk vol met ongeverfd hout,' vervolgde mijn vriend.' Maar daar begin ik niet aan, zo gek krijgen ze me niet. Er is geen boom die ik vertrouw. Enfin om kort te gaan, ik zit dus doorgaans binnen, maar hoe gaat het nietwaar,zo af en toe moet je toch wel eens de frisse lucht in..
Wordt vervolgd.
Uit  Remco Campert: Tot zoens.


1 opmerking:

  1. "De treurige aarheid is dat het buitenleven een nerveus wrak van mijn vriend heeft gemaakt". Tja.

    BeantwoordenVerwijderen

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.