Ik was op verre zeeën tuk. Nu zoek ik bij mijn peeën geluk. Een omheind streepken aarde volstaat, en draagt de waarde van een daad. (Richard Minne)
vrijdag 5 juli 2019
Monica Rotgans
De afgelopen maanden werd ik in gesprekken met collega's en het bezoek aan tentoonstellingen weer geconfronteerd met de enorme veranderingen op het gebied van de beeldende kunsten in Nederland. Concreter, met de ontworteling van het vak die hier radicaler is geweest dan in de ons omringende landen.
Hoe ambacht een vies woord werd, een associatie met braderieen kreeg en pas sinds een paar jaar weer langzaam aan waarde wint.
Hoe de behoefte aan praktische kennis nu toeneemt, hoe weer geweten wil worden om met je handen te werken, om materialen te kennen, de enorme rijkdom aan vakmanschap terug te krijgen die we zo achteloos weg hebben laten sijpelen.
De tekening hierboven maakte ik vorige maand buiten in Frankrijk, in de tuin van La Bagatelle in Melay. Een simpel houtskool op gestructureerd papier. Een oefening in kijken en nuancering. Zinnig om te doen want het haalt je uit je comfortzone. Het neemt ca. 2 uur geconcentreerd werken om de compositie te vinden en dit blad van 32 x 40 cm te vullen.
Het was weer terug naar de wortels van het vak, zoals ik dat leerde op de oude Rijksacademie. Tekenen om de verbinding tussen oog en hand te ontwikkelen, de basis voor het leren werken met andere materialen. Frustrerend toentertijd omdat je natuurlijk direct met het 'echte werk' verder wilde, schilderen of beeldhouwen en niet zo het nut zag van dagenlang van 9 tot 21 uur te tekenen.
Nu kan ik alleen maar zeggen, ik ben blij dat ik het zo leerde.
En ook hoe herkenbaar en bepalend deze oeroude basis is bij twee meesters die dit jaar in Amsterdam te zien zijn/ waren, Maria Lassnig (links) en David Hockney.
De aanleiding om voor het eerst weer houtskool en papier mee te nemen op reis.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.