zaterdag 14 juni 2014

Gezelle: Distel

N I E M A N D S V R I E N D      

Ge'n weet niet, die, in stad gewend
te wonen, maar Gods koorne en kent
     wanneer het, brood bedegen,
en voedzaam, u wordt voorgeleid,
hoe heerlijk is de uitwendigheid
     van ‘t groene, langs de wegen.
Van ‘t groen, dat hooge en leege groeit;
van ‘t groen, dat in de weiden bloeit;
     van vogelvitse en krokke;
van wegbree, murke en roozewied;
van onderhave en retse en riet,
     van distel en van dokke.
Ach distel, ik en kende maar
van zeggenswege uw streuvelhaar;
     ik liet mij, van die ‘t zeiden,
verwittigd zijn, in ‘t akkerland,
dat ge overal de kroone spant,
     om onraad uit te breiden.
‘k En kende u niet en, bovendien,
‘k zocht u van nabij te zien,
     voorwaar, noch aan te roeren,
zoodanig is de rake omtrent
uw kwaadheid overal bekend,
     en ruchtbaar, bij de boeren.
Men scheldt dat ge, iedereen ontvriend,
tot voedsel van den ezel dient;
     men schuwt uw' scherpe bladen;
doch, hij en scheldt onnut u niet,
die ‘t schoone in al Gods werken ziet,
     en ‘t goede zoekt te raden.
Men scheldt... of, erger nog, men hoort,
van wetswege, en bij koningswoord,
     gebannen en geboden,
dat ‘t distelvolk men, een en al,
te zeisene en te spade, zal
     verdoen, en de eerde uit roden.
Bermhertigheid, voor ‘t schamel wied,
eilaas, dat ge al te ongeren ziet:
     aanschouwt hoe ‘t, ja, de steenen,
de vuile brokken, daar ‘t geweld
der steêlie'n meê den buiten kwelt,
     komt zeedig groen verleenen.
Aanschouwt, op elken staf, hoe lief
elk distelhoofd zijn' blommen hief,
     geheel of half maar open;
hoe net, van niemand aangeraakt,
een' krage om elke blomme blaakt,
     vol verschen dauw gedropen.
Aanschouwt hoe ‘t schubbig distelhaar
omspannen hangt, vol Godssamaar,
     vol kobbenetsche kanten;
die roeren in den zonnenlaai,
die blinken in elk windgewaai,
     vol stof van diamanten.
Hoe ‘t wikkelachtig witje wipt,
alhier, aldaar, verlekkerlipt
     om ‘t zijne, uit al de bloeien,
te ontsnoepen aan de krabben bie'n,
die ‘t, nijdig, elken distel zien
     bezoekend henenspoeien.
‘k En rieke, alwaar men lieflijkheid
van zalvende olie toebereidt,
     geen' aangenamer' roken
als die, des zomers, vroeg en laat,
daar ‘t distelt en vol blommen staat,
     de distelblommen stoken.
Aanschouwt, op de oude toppen, hoe ‘t
gevlugde zaad omhooge woedt,
     en waait voor alle winden,
om ievers, daar ‘t geen ziele en zag,
den vrijen hergeboortedag,
     onsterflijk, weêr te vinden.
Zoo leeft gij, distels, immer voort,
van wetswegen en bij koningswood
     verboden en gebannen;
en, schoon zij, om uw schamel zaad
te worgen daar ‘t gewonnen staat,
     zoo lange al samenspannen.
‘t En zal, verdiend of onverdiend,
‘t en zal u, distel, niemandsvriend,
     minachtend ooit versmaden,
dit Vlaminghert, dat ‘t baten niet,
maar ‘t schoone in al Gods werken ziet,
     en ‘t goede zoekt te raden.


Guido Gezelle




8 opmerkingen:

  1. Helemaal geroerd door Guido.
    Ging Ronald nou distels rooien in zijn tuin????

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ronald rooit distels. Dat moet van de Wet. Soms volg ik de wet.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Welke wet? Kun je daar niet onder uit?

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Men scheldt dat ge, iedereen ontvriend,
    tot voedsel van den ezel dient;

    Gezelle heeft dat goed gezien. Fokte ooit schapen op een weide vol distels, - geërfd van de vorige eigenaar. De buren-boeren dreigden met politie. Maaien hielp niet en spuiten wilde ik niet. De oplossing die beide partijen tevreden stelde was een oorverdovend luid balkende ezel. Balken zonder ende. Een distelvreter. Maar hij hield niet van schapen en pluktemet pervers genoegen de wol uit hun vacht. Een distel- en wolvreter.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Aanschouwt op elken staf hoe lief elk distelhoofd zijn' blommen hief, geheel of half maar open......
    Tja, ik bekijk het van de zonnige kant. Ik heb geen last van distels, d.w.z. Ik heb er een paar hele grote die zijn prachtig, ik zal een foto van deze morgen plaatsen.
    Die ezel was ook een plaag als je het mij vraagt. Onze vorige bewoners hadden er hier 2 witte staan en een aantal witte geiten en een aantal witte ganzen.
    Alles meteen van de hand gedaan! Dat gebalk, dat gemekker en dat gegak van die ganzen was nog onrustiger dan in de stad.....
    Vonden die buren/ boeren dat geen probleem? De buren/ boeren hier hebben honden buiten die blaffen bij elke bezoeker. Ook zoiets....
    En de haan is een deftig beestje, begint om 7 uur in het hok, dat hoor je nauwelijks en eenmaal buiten houdt hij er mee op. Geweldig.
    Heb jij Luc, nog iets met die wol gedaan?

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Wat de Wet betreft (zie vraag van Affie):
    De burgemeester[6] waakt voor de stipte uitvoering van de wetten en verordeningen betreffende : 1° de gemeenteweide, het aren lezen en het naharken; 2° de vermeerdering en verbetering van de rassen van alle diersoorten die nuttig zijn voor de landbouw; 3° de bescherming en het behoud van dieren en vogels die nuttig zijn voor de landbouw; 4° de verdelging van dieren die schadelijk en gevaarlijk zijn voor de kudden; 5° de verdelging van dieren en insecten die schadelijk zijn voor de veldvruchten; 6° de uitroeiing van distels en andere gewassen die schadelijk zijn voor de landbouw; 7° de middelen om besmettelijke ziekten te voorkomen en te stuiten bij alle diersoorten die nuttig zijn voor de landbouw.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Mijn distel- en wolperiode behoort intussen tot lang vervlogen tijden Affie. Van 1972 tot '95. Vier à vijf schapen belandden toen jaar na jaar netjes verpakt in de diepvries. Doordat het beroep van rondtrekkende slager uitstierf leerde ik dan maar zelf hoe het moest. Slachten en scheren. Niets ging verloren. Mijn ex-vrouw spon de wol en breidde er truien en sokken van. Zoals bij Astérix en de Galliërs, maar dan twintig eeuwen later. Slagersgerei en professionele tondeuse bewaar ik als souvenir aan deze heroïsche tijden. Toen de wolmarkt instortte kregen we onze woloverschotten niet meer verkocht - zelfs weggeven lukte niet meer. Als we ons huis in 2004 verkochten hebben we tientallen zakken wol naar de stortplaats gebracht. Het ontluisterende einde van mijn wol-, distel- en ezelperiode. Tot in deze blog die vreemde Engelse mevrouw met haar distel opdook.

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Dat is wel een hele tijd , 23 jaar met schapen en dan zelf slachten......
    Wol spinnen heb ik ook nog gedaan, truien voor mijn ex man. Een fervente zeiler, dus dat vet in die wol kwam goed van pas. Wol van Texelse schapen kregen we in grote vuilniszakken. Ongewassen dus dat rook flink naar de stal en mijn handen werden zacht van het vet.
    Die truien waren niet te tillen zo zwaar dus niet iets voor een vrouw, maar zeker voor de stoere zeeman! Een prachtige romantische tijd, hippies waren we en luisterden veel naar muziek en alles kon en er bestonden geen wetten, in ieder geval wisten we er niets van of trokken er ons niets van aan.
    Als ik zo naar die wetjes van bij jullie kijk, dat was eigenlijk vanzelfsprekend, behalve dan ongedierte verdelgen en al helemaal geen distels uitroeien.
    We roeiden niets uit , nu eigenlijk ook nog weinig. Maar dat moet dus bij jullie, alles strak en glad? Zijn de buren bang dat er van alles overspringt?
    Zullen we binnenkort als het zover is de geest van Willmott gaan spelen en zaad gaan rondstrooien?

    BeantwoordenVerwijderen

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.