In 'De Uitvreter' vind je Japi, à la Thoreau, altijd wel ergens aan de waterkant. "Daar zat hij maar, uren achtereen, onbeweeglijk. Dat duurde een week of drie." Thoreau zegt in Walden: "Ik schep er genoegen in om niet mee te doen aan deze rusteloze en triviale negentiende eeuw, maar in overpeinzingen verzonken aan de kant te staan en haar voorbij te laten gaan."
Het latere verhaal 'Titaantjes' echter ademt reeds het weemoedige fatalisme dat volgens Nescio iedere ootmoedige hemelbestormer op gevorderde leeftijd in zijn greep krijgt. De verteller Koekebakker gelooft niet erg in de 'Waldense' idealen van Bekker, een van de personages in het verhaal. Het door Bekker felbegeerde hutje op de hei wordt volgens Koekebakker toch nooit wat. Hij gelooft niet in het boerenbestaan van stedelijke intellectuelen die Dante willen vertalen. "En ik vroeg Bekker waar-i van leven wilde, dat boeren van kantoorheeren lukt gemeenlijk niet al te best, behalve in Amerika, waar allerlei leugens van geloofd worden. Maar hij maakte zich daarover geen zorg. Hij had niks noodig. En dat is nu juist 't groote verschil tussen God en ons. Er is dan ook niks van terecht gekomen van die hei", besluit de belerende Koekebakker resoluut. Nescio steekt de draak met het 'valse plattelandsgevoel' van dichterlijke dromers als Van Eeden, die dwepen met de Amerikaanse utopisten en natuurliefhebbers. Een hoofdstuk eerder had hij Koekebakker al laten afrekenen met die rare kolonisten uit Walden. "En van dat wonen op de hei zal ook wel niets komen. In de kolonie van Van Eeden hadden we misschien kunnen gaan, maar toen we op een Zondag er heen waren geloopen, vier uur gaans, toen liep daar een heer, in een boerenkiel, met dure gele schoenen, kolombijntjes te eten uit een papieren zak, blootshoofds, in innige aanraking met de natuur, zooals dat toen genoemd werd, en z'n baard vol kruimels." Nescio wil maar zeggen dat idealisten als Bekker en Van Eeden niet moeten denken dat ze met hun enthousiasme de hele wereld aankunnen. Zij zullen met de jaren ook wel wijzer worden en bedaren, is zijn vaderlijke boodschap. Nieuwe Titaantjes zullen op hun beurt proberen de wereld naar hun zin in te richten. Volgens de schrijver is 't allemaal tevergeefs, die malligheid. "Koekebakkertje is (net als Nescio) een wijs en bedaard man geworden" en "God's troon is nog ongeschokt".
Ik was op verre zeeën tuk. Nu zoek ik bij mijn peeën geluk. Een omheind streepken aarde volstaat, en draagt de waarde van een daad. (Richard Minne)
donderdag 29 mei 2014
Nescio
Nog meer Valkhoff over Nescio:
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.