Belgische tuinrobot klaar om VS te veroveren - Start-ups - Data News.be
Een Belgische tuinrobot, die sneeuw kan ruimen, het gras maaien en bladeren verzamelen, staat op het punt de Amerikaanse markt te kraken. Hoe een Belgische hobbyist dat kon doen? "Mijn vader had geen zin om zelf zijn oprit vrij te maken." Maak kennis de Leuvense start-up The Kobi Company.
Ik was op verre zeeën tuk. Nu zoek ik bij mijn peeën geluk. Een omheind streepken aarde volstaat, en draagt de waarde van een daad. (Richard Minne)
dinsdag 26 december 2017
vrijdag 22 december 2017
Tuinreizen
Lees onze blog over tuinen en tuinreizen • GardenTours.nl
https://www.gardentours.nl/blog/
Tuinreizen naar alle windstreken » Boek nu op GardenTours.nl
https://www.gardentours.nl/tuinreizen/
Op tuinreis met Romke van de Kaa – Moesblog
https://moesblog.nl/2015/07/12/op-tuinreis-met-romke-van-de-kaa/
donderdag 21 december 2017
Hertmans: parken
Hertmans, De parken van Brussel.
http://www.stefanhertmans.be/proza.php
Parken en tuinen lijken de schuldaflossing te zijn voor de verloren arcadische grond waarop steden werden gebouwd. Hun bedekkend karakter wordt daar weer teniet gedaan, zodat het park kan worden ervaren als het wegtrekken van de stenen sluier, die ons de aantrekkingskracht van de aarde met asfalt en gebouwen had ontnomen. Omdat het park omsloten is door steen van straten en pleinen, en zich daar weer aarde en groen toont, heeft het altijd een licht erotiserende toets; het succes die bankjes onder lage kruinen bij minnaars hebben, is een logisch gevolg van deze ontsluiering van aarde.
http://www.stefanhertmans.be/proza.php
Parken en tuinen lijken de schuldaflossing te zijn voor de verloren arcadische grond waarop steden werden gebouwd. Hun bedekkend karakter wordt daar weer teniet gedaan, zodat het park kan worden ervaren als het wegtrekken van de stenen sluier, die ons de aantrekkingskracht van de aarde met asfalt en gebouwen had ontnomen. Omdat het park omsloten is door steen van straten en pleinen, en zich daar weer aarde en groen toont, heeft het altijd een licht erotiserende toets; het succes die bankjes onder lage kruinen bij minnaars hebben, is een logisch gevolg van deze ontsluiering van aarde.
Beschrijving Tuinen
Gardens, Houses, and the Rhetoric of Description in the English Novel on JSTOR
https://www.jstor.org/stable/42620720?seq=1#page_scan_tab_contents
Symbolic
Beijing-a-garden-of-violence.pdf
Amidst this symbolic victory of the gardening impulse, the rhetoric of flowers and weeds was constantly employed to identify social, political and cultural difference.
Amidst this symbolic victory of the gardening impulse, the rhetoric of flowers and weeds was constantly employed to identify social, political and cultural difference.
Tuin en levenskunst
De tuin als metafoor.
de vijf levenslessen
van Leo Bormans
2. Ons leven is geen bos maar een park
‘Als je de natuur haar gang laat gaan, wordt alles een bos en is het moeilijk om door de bomen dat bos nog te zien. Daarom is ons leven geen bos, maar een park: het is ook mensenwerk. We leggen paadjes aan, planten en snoeien. Geluk is eveneens een beetje maakbaar. Dat hebben we wetenschappelijk aangetoond. Al is er een verschil tussen een gevarieerde Engelse tuin en een perfectionistische Franse tuin met rechte wegen en strak geknipte buxushagen. Geef mij maar een leven in een Engelse tuin: golvend en niet meteen te overzien. Naast schoonheid en rust is er altijd groei en verrassing. Maar af en toe zal iemand het onkruid moeten wieden en het gras maaien.’
maandag 4 december 2017
vrijdag 28 juli 2017
vrijdag 14 juli 2017
Portret van een Tuin
Portret van een Tuin
Terwijl de seizoenen verglijden op een eeuwenoud Nederlands landgoed, werken een 85-jarige snoeimeester en de eigenaar in de moestuin aan de groei van de gewassen.
Om dat goed te doen moet je bezeten zijn, vertelt de oude man in deze kalm observerende documentaire. Zelf is hij nog elke dag met zijn vak bezig. Alleen, was hij nog maar 60 en jong, dan zou het allemaal nog soepeler gaan.
Al vijftien jaar werken de twee mannen aan een perenberceau, die misschien dit jaar eindelijk van boven zal sluiten. Maar hoe die te snoeien?
En al die andere bomen, gewassen en kruiden die er groeien? Ooit was er een leerstoel aan een universiteit, maar die is al jaren geleden opgeheven en nu dreigt al die kennis verloren te gaan.
Gelukkig wil de jonge eigenaar dat voorkomen. Onder het snoeien en tussen de gesprekken over het weer en de wereld, kijkt hij naar de eeuwenoude kunst van de snoeimeester en slaat de woorden in zich op.
Een film van Rosie Stapel begeleid door de prachtige luitmuziek van Jozef van Wissem.
De wereld in het klein
Tijdens het snoeien hebben de mannen gesprekken over voedsel, het weer, de wereld en delen ze kennis op het gebied van groente en fruitteelt met de jonge tuinders. Om goed in te tuin te kunnen werken moet je bezeten zijn, vertelt de oude snoeimeester die ondanks zijn hoge leeftijd onvermoeibaar is. Snoeien is nog niet zo simpel als het eruit ziet. Eigenlijk is de tuin de wereld in het klein: je moet plannen, organiseren, samenwerken, leren en teleurstellingen incasseren. Alles wat er in het gewone leven ook gedaan moet worden.
Verstilde ode aan een bijzondere tuin
‘Portret van een Tuin’ van de Rotterdamse filmmaker Rosie Stapel is een verstilde ode aan een bijzondere tuin en haar hoveniers. Aan het zaaien, poten, dunnen, snoeien en uiteindelijk oogsten. De film wordt begeleid door de prachtige luitmuziek van Jozef van Wissem. Bekijk hier alvast een voorproefje van de film.
Inspiratiebron voor Villa Augustus
De film komt in de Moestuinzaal van Villa Augustus ook een beetje ‘thuis’. Landgoed Dordwijk vormde namelijk samen met Hotel New York te Rotterdam dé inspiratiebron voor het initiatief om het anderhalf hectare grote terrein van het voormalig waterleidingbedrijf en de bijbehorende watertoren in Dordrecht om te bouwen tot het huidige Villa Augustus. Zonder Dordwijk zou Villa Augustus er niet zijn geweest.
De pers over ‘Portret van een Tuin’:
“Misschien wel de mooiste keukentuin ter wereld. ‘Portret van een Tuin’ brengt het vele werk in kaart dat eigenaar Daan van der Have en meester-hovenier Jan Freriks moeten verrichten om de misschien wel mooiste en oudste productietuin van ons land in optimale staat te houden. De Rotterdamse regisseur Rosie Stapel volgde de beide mannen vier seizoenen achtereen tijdens wat zich nog het best laat omschrijven als één langgerekte snoei- en plukbeurt op een terrein van anderhalve hectare(…).” Wim de Jong – De Buik van Rotterdam
“De tuin in deze film zal stadstuinier het water in de mond laten lopen: een uitgestrekte serie bedden, kassen en een boomgaard, behorend bij een oud landgoed, ooit in verval geraakt en weer helemaal hersteld. Ook bloembedden en bijenkasten horen erbij. Deze tuin is een bedrijf, gerund met toewijding, veel geduld en vooral veel kennis van planten en bomen (…).” Sandra de Haan – Zone 5300
Terwijl de seizoenen verglijden op een eeuwenoud Nederlands landgoed, werken een 85-jarige snoeimeester en de eigenaar in de moestuin aan de groei van de gewassen.
Om dat goed te doen moet je bezeten zijn, vertelt de oude man in deze kalm observerende documentaire. Zelf is hij nog elke dag met zijn vak bezig. Alleen, was hij nog maar 60 en jong, dan zou het allemaal nog soepeler gaan.
Al vijftien jaar werken de twee mannen aan een perenberceau, die misschien dit jaar eindelijk van boven zal sluiten. Maar hoe die te snoeien?
En al die andere bomen, gewassen en kruiden die er groeien? Ooit was er een leerstoel aan een universiteit, maar die is al jaren geleden opgeheven en nu dreigt al die kennis verloren te gaan.
Gelukkig wil de jonge eigenaar dat voorkomen. Onder het snoeien en tussen de gesprekken over het weer en de wereld, kijkt hij naar de eeuwenoude kunst van de snoeimeester en slaat de woorden in zich op.
Een film van Rosie Stapel begeleid door de prachtige luitmuziek van Jozef van Wissem.
Recensie(s)
‘Portret van een Tuin’ neemt de kijker mee naar Dordwijk, het eeuwenoude landgoed in Dubbeldam. Terwijl de seizoenen verglijden, werken een 85-jarige snoeimeester en de tuinman met toewijding, precisie en geduld aan het perfectioneren van de fruitbomen en gewassen. Ze laten zien dat passie, gedrevenheid en kennis de essentiële ingrediënten vormen voor het succesvol onderhouden van een grote moestuin - kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen zijn op Dordwijk volstrekt verboden.De wereld in het klein
Tijdens het snoeien hebben de mannen gesprekken over voedsel, het weer, de wereld en delen ze kennis op het gebied van groente en fruitteelt met de jonge tuinders. Om goed in te tuin te kunnen werken moet je bezeten zijn, vertelt de oude snoeimeester die ondanks zijn hoge leeftijd onvermoeibaar is. Snoeien is nog niet zo simpel als het eruit ziet. Eigenlijk is de tuin de wereld in het klein: je moet plannen, organiseren, samenwerken, leren en teleurstellingen incasseren. Alles wat er in het gewone leven ook gedaan moet worden.
Verstilde ode aan een bijzondere tuin
‘Portret van een Tuin’ van de Rotterdamse filmmaker Rosie Stapel is een verstilde ode aan een bijzondere tuin en haar hoveniers. Aan het zaaien, poten, dunnen, snoeien en uiteindelijk oogsten. De film wordt begeleid door de prachtige luitmuziek van Jozef van Wissem. Bekijk hier alvast een voorproefje van de film.
Inspiratiebron voor Villa Augustus
De film komt in de Moestuinzaal van Villa Augustus ook een beetje ‘thuis’. Landgoed Dordwijk vormde namelijk samen met Hotel New York te Rotterdam dé inspiratiebron voor het initiatief om het anderhalf hectare grote terrein van het voormalig waterleidingbedrijf en de bijbehorende watertoren in Dordrecht om te bouwen tot het huidige Villa Augustus. Zonder Dordwijk zou Villa Augustus er niet zijn geweest.
De pers over ‘Portret van een Tuin’:
“Misschien wel de mooiste keukentuin ter wereld. ‘Portret van een Tuin’ brengt het vele werk in kaart dat eigenaar Daan van der Have en meester-hovenier Jan Freriks moeten verrichten om de misschien wel mooiste en oudste productietuin van ons land in optimale staat te houden. De Rotterdamse regisseur Rosie Stapel volgde de beide mannen vier seizoenen achtereen tijdens wat zich nog het best laat omschrijven als één langgerekte snoei- en plukbeurt op een terrein van anderhalve hectare(…).” Wim de Jong – De Buik van Rotterdam
“De tuin in deze film zal stadstuinier het water in de mond laten lopen: een uitgestrekte serie bedden, kassen en een boomgaard, behorend bij een oud landgoed, ooit in verval geraakt en weer helemaal hersteld. Ook bloembedden en bijenkasten horen erbij. Deze tuin is een bedrijf, gerund met toewijding, veel geduld en vooral veel kennis van planten en bomen (…).” Sandra de Haan – Zone 5300
maandag 10 juli 2017
Salter: Lichtjaren & gras
James Salter, Lichtjaren:
‘Weet je wat er gebeurd is?’ zei Nedra. ‘Er is ingebroken bij ons.’
‘Oh, God,’ zei Eve. ‘Wanneer?’
‘We zijn vanochtend gebeld. Ze hebben de platenspeler meegenomen, de televisie, ze hebben elke deur geforceerd.’
‘Je moet er wel ziek van zijn.’
‘Ik wil in Europa wonen,’ zei Nedra.
‘Europa?’ riep Arnaud uit. ‘Daar zijn ze nog erger.’
‘Echt waar?’
‘Daar is het stelen uitgevonden,’ zei hij.
‘En Engeland?’
‘Engeland? Het ergst van allemaal. Weet je, ik doe daar weleens zaken, ik heb Engelse vrienden. In hun appartementen wordt aan één stuk door ingebroken. Dan komt de politie, die kijkt rond, ze stuiven met poeder om te zien of er vingerafdrukken zijn. Zo, zeggen ze, we weten wie het zijn. Prachtig, wie dan? Dezelfden als de vorige keer, zeggen ze.’
‘O, maar wat je op foto’s ziet van Engeland is zo mooi.’
‘Ze hebben goed gras,’ gaf hij toe.
Eve was dronken. ‘Wat voor gras?’ zei ze.
‘Engels gras.’
dinsdag 27 juni 2017
Japanse Wijnbes
Japanse wijnbes in de tuin (met dank aan Martin T.):
Japanse wijnbes - Wikipedia
De Japanse wijnbes (Rubus phoenicolasius) is een plant uit de rozenfamilie. De soort behoort evenals de gewone braam (Rubus fruticosus) en de framboos (Rubus idaeus) tot het geslacht Rubus. De soort komt van nature voor in Korea, Japan en China. Tot het geslacht Rubus behoren meer dan zeshonderd soorten.
Omstreeks 1876 werd in Frankrijk voor het eerst een tot dan toe onbekende, op een braam lijkende struik ingevoerd uit het oosten van Azië, die de naam Japanse wijnbes kreeg.
De plant is een makkelijk groeiende struik waarvan de stengels tot 3 m lang kunnen worden. De bladeren zijn aan de bovenzijde lichtgroen en aan de onderzijde grijs. Aan de stengels en de bladstelen zitten naast zeer veel roodbruine klierhaartjes ook stekels, die bij aanraking in de huid achter kunnen blijven. De twijgen zijn lichtgroen, maar verkleuren later rood.
Elk jaar worden nieuwe stengels uit wortelopslag gevormd. Alleen de tweejarige stengels dragen vrucht, waarna deze afsterven. De Japanse wijnbes bestaat uit vele vruchtjes en is een verzamelsteenvrucht. In tegenstelling tot de braam, maar evenals de framboos, laat de Japanse wijnbes makkelijk los van de bloembodem.
Japanse wijnbes - Wikipedia
De Japanse wijnbes (Rubus phoenicolasius) is een plant uit de rozenfamilie. De soort behoort evenals de gewone braam (Rubus fruticosus) en de framboos (Rubus idaeus) tot het geslacht Rubus. De soort komt van nature voor in Korea, Japan en China. Tot het geslacht Rubus behoren meer dan zeshonderd soorten.
Omstreeks 1876 werd in Frankrijk voor het eerst een tot dan toe onbekende, op een braam lijkende struik ingevoerd uit het oosten van Azië, die de naam Japanse wijnbes kreeg.
De plant is een makkelijk groeiende struik waarvan de stengels tot 3 m lang kunnen worden. De bladeren zijn aan de bovenzijde lichtgroen en aan de onderzijde grijs. Aan de stengels en de bladstelen zitten naast zeer veel roodbruine klierhaartjes ook stekels, die bij aanraking in de huid achter kunnen blijven. De twijgen zijn lichtgroen, maar verkleuren later rood.
Elk jaar worden nieuwe stengels uit wortelopslag gevormd. Alleen de tweejarige stengels dragen vrucht, waarna deze afsterven. De Japanse wijnbes bestaat uit vele vruchtjes en is een verzamelsteenvrucht. In tegenstelling tot de braam, maar evenals de framboos, laat de Japanse wijnbes makkelijk los van de bloembodem.
zondag 18 juni 2017
Wortels van Vlaanderen
OER. De wortels van Vlaanderen | Provinciaal Cultuurcentrum Caermersklooster
Vanaf de 19de eeuw wordt België een van de belangrijkste industriële naties van de wereld. Boeren worden arbeiders. Ze verlaten het platteland voor de stad, en hokken daar dicht op elkaar gepakt in stinkende beluiken. Fabrieksschoorstenen walmen dag en nacht. Geen wonder dat het heimwee naar het verloren boerenverleden steekt.
Vanaf de 19de eeuw wordt België een van de belangrijkste industriële naties van de wereld. Boeren worden arbeiders. Ze verlaten het platteland voor de stad, en hokken daar dicht op elkaar gepakt in stinkende beluiken. Fabrieksschoorstenen walmen dag en nacht. Geen wonder dat het heimwee naar het verloren boerenverleden steekt.
![]() | |||||
| Gustaaf Van De Woestijne, De Slechte Zaaier |
![]() |
| Emiel Claus, De Hooister |
Labels:
boer,
boerenleven,
Claus Emiel,
hooien,
Van De Woestijne Gustaaf,
zaaien
zaterdag 10 juni 2017
Fenton: Tuin & Zaden
James Fenton, A Garden from a Hundred Packets of Seed.
http://www.nottinghilleditions.com/books/a-garden-from-a-hundred-packets-of-seed/207
In this light-hearted essay, James Fenton describes a
hundred plants he would choose to grow from seed. Flowers for colour, size, or
exotic interest; herbs and meadow flowers; climbing vines and tropical species…
Here is a happy, stylish, thought-provoking exercise in good principles, which
exudes that rare thing: common-or-garden sense about gardens.
‘It seemed a simple and interesting idea: what plants would
you choose if starting a garden from scratch, given that you were only allowed
to propagate them from seed? . . . The emphasis is on childish simplicity of
approach, and economy of outlay.’ – James Fenton
dinsdag 9 mei 2017
Slow Food (Mauritshuis)
Slow Food - Stillevens uit de Gouden Eeuw. Mauritshuis.
Vanaf dit voorjaar in het Mauritshuis: Slow Food. Stillevens uit de Gouden Eeuw. Met meesterwerken van Clara Peeters, Floris van Dijck, Pieter Claesz, Willem Heda e.a.
Van 9 maart t/m 25 juni 2017 is in het Mauritshuis Slow Food. Stillevens uit de Gouden Eeuw te zien: de eerste tentoonstelling die gewijd is aan de ontwikkeling van stillevens in Holland en Vlaanderen die bereid voedsel weergeven, maaltijdstillevens genoemd. Aanleiding voor de tentoonstelling is het in 2012 verworven meesterwerk Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen van Clara Peeters. Naast dit werk zijn topstukken te zien uit onder meer het Museo Nacional del Prado (Madrid), de National Gallery of Art (Washington) en het Ashmolean Museum (Oxford).
donderdag 4 mei 2017
Edward Scissorhands: gardener
Edward Scissorhands (1990) - Trailer (HD/1080p) - YouTube
Edward Scissorhands is a 1990 American Romance, Horror, Gothic and fairy tale hybrid film directed by Tim Burton and starring Johnny Depp. The film shows the story of an artificial man named Edward, an unfinished creation, who has scissors for hands. Edward is taken in by a suburban family and falls in love with their teenage daughter Kim.
Peter Vos (metamorfosen). Het Vogelparadijs.
Labels:
Burton Tim,
metamorfosen,
Scissorhands,
tuinier,
Vos Peter
Jardin Expo
Jardins exposition au Grand Palais jusqu'au 24
juillet 2017
Fragonard, Monet, Cézanne, Klimt, Picasso ou encore Matisse. Les plus grands artistes ont célébré le jardin et transformé, grâce à leur talent, cet espace clos en un monde de liberté et d’imagination. Ils ont ainsi donné naissance à certains des chefs-d’œuvre de l’histoire de l’art. Le Grand Palais les réunit dans une exposition hors-norme, qui retrace, de la Renaissance à nos jours, six siècles de création autour du jardin. Peintures, sculptures, photographies, dessins, installations, environnements sonores et olfactifs nous entraînent dans un voyage immersif et poétique. Une promenade « jardiniste » unique qui fait résonner l’appel du printemps.
Exposition organisée par la Réunion des musées nationaux – Grand Palais
Jan Braet, Artroze. Knack. 3.5.2017.
Jan Braet kijkt naar kunst en het
leven, in bloei en verval, zoals de rozen. Deze week de expo Jardins in het
Grand Palais, Parijs.
.
Jardins gaat over flora in de schone kunsten en de tuinarchitectuur, van de renaissance tot heden. Als randversiering zijn er bloemvormige parels, rouwkransen, herbariums, fruitvormen in terracotta en houtmonsters. En de wonderlijke verzameling gieters en snoeischaren is allicht een bescheiden eerbetoon aan het ambacht van de tuinman. Gelukkig heeft ook de kunst hem hulde gebracht. Op een paneel van Pieter Brueghel de Jonge zien we hem in volle actie bij zijn lentearbeid in de moestuin. Emile Claus portretteert hem als een brok natuur, en Paul Cézanne in een meditatieve zithouding. In een korte stille film van de gebroeders Lumière revancheert hij zich voor een poets die een deugniet hem gebakken heeft, terwijl cineast Tim Burton hem als Edward Scissorhands gevaarlijk laat uithalen met zijn tuinschaarhanden.
woensdag 3 mei 2017
Peter Vos
NTR - Het Uur van de Wolf - Vogelparadijs – Peter Vos, tekenaar
Zonder nadrukkelijk te duiden laat David de Jongh in Vogelparadijs zien hoe Vos met deze verliezen omgaat en hoe ze in zijn werk een plek krijgen. Leitmotiv daarbij vormt Vos’ liefde voor vogels (“alle 8500 soorten” in de woorden van Vos). Het kijken naar en tekenen van vogels geven Vos een uitlaatklep, een veilig gebied, ver weg van zijn persoonlijke beslommeringen. Maar steeds opnieuw, als een boomerang, zeilen zijn gestorven familieleden zijn leven binnen.
dinsdag 2 mei 2017
Bijen en gouden regen
Henk Van Straten. nl.
Na de wandeling in het bos (zie stukje hiervoor) zat ik te schrijven met de tuindeur open. Het was afgelopen zondag, toen het zulk mooi weer was. Ik dacht nog aan dat bos, en aan al dat plastic, en aan een zeker breekpunt. Een kritiek punt waarop de boel het begeeft en instort. Soms kan ik niet geloven dat het nog niet is gebeurd.
Hier in de achtertuin, tegen het huis aan, bloeit een enorme blauwe regen. Twaalf jaar geleden plantte mijn moeder hem daar. De stam is nu zo breed als twee pakken melk naast elkaar. De paarse trossen (meer paars dan blauw) doen de takken loom naar beneden hangen, zo zwaar zijn ze. En zo talrijk. Alles is paars. De rest van de tuin (een stadstuintje) lijkt er slechts nog te zijn om de blauwe regen te accomoderen.
Ik zat te werken. Een paar trossen hingen vlak voor de open tuindeur. Het gezamenlijk gezoem van de hommels en bijen was zo luid dat ik de pianomuziek van Ten Holt niet meer hoorde. Het gezoem van het leven zelf. De frequentie van het al. Het Ohmmmm van Tibetaanse monniken.
Maar ook de bijen sterven. Hoe lang horen we dat al? Hoe lang worden we er al voor gewaarschuwd? Dat het slecht gaat, en slecht blijft gaan. Dat de bijen geen kans hebben. Iedere keer dat je hoort weer dat weeïge gevoel in je hart. En zo kan het dat ik rouw om de bijen die van mijn blauwe regen drinken. Ik zie ze, ze zijn er nog, maar ze zijn dood. Blijkbaar leef ik in een herinnering. Blijkbaar droom ik.
zaterdag 29 april 2017
Chateaubriand
(Arthur Japin, Zoals dat gaat met wonderen).
_ "Hélas, ma chère hirondelle, qui sais si bien mon histoire, tu es extrêmement gentille; mais je suis un pauvre oiseau mué, et mes plumes ne reviendront plus; je ne puis donc m' envoler avec toi. Trop lourd de chagrins et d' années, me porter te serait impossible. Et puis, où irions-nous? le printemps et les beaux climats ne sont plus de ma saison. A toi l'air et les amours, à moi la terre et l'isolement. Tu pars; que la rosée rafraîchisse tes ailes! qu'une vergue hospitalière se présente à ton vol fatigué, lorsque tu traverseras la mer d'Ionie! qu'un octobre serein te sauve du naufrage! Salue pour moi les oliviers d'Athènes et les palmiers de Rosette. Si je ne suis plus quand les fleurs te ramèneront, je t'invite à mon banquet funèbre: viens au soleil couchant happer des moucherons sur l'herbe de ma tombe; comme toi, j'ai aimé la liberté, et j'ai vécu de peu."
opgetekend op 22 juni 1833.
Uit: Mémoires d'outre-tombe, boekdeel IV, p. 350.
Een uitgave in de reeks Le Classiques de Poche (Le Livre de Poche), 2015 (4 delen)
(met dank aan Jan B.)
donderdag 6 april 2017
Proust: meidoorn
De meidoorn bij Marcel Proust/Op zoek naar de verloren tijd. Passagenproject.
Een paar citaten uit Marcel Proust Op zoek naar de verloren tijd, De kant van Swann:
“In mijn oren gonsde het van de geur van de meidoorn. De haag leek op een lange rij kapellen die onder een dikke laag op het altaar gestrooide bloemen verdwenen; daaronder tekende de zon op de grond en scherp traliewerk, alsof haar licht door een kerkram viel: de geur breidde zich net zo olieachtig en vol, alsof het een vaste vorm geworden was uit, als toen ik voor het altaar van de Heilige Maagd stond en de net zo opgeschikte bloemen droegen elk op dezelfde nonchalante wijze hun glinsterende meeldraden, fijne stervormige ribben in laat-gotische stijl zoals in de kerk de ajouren balustrade van de galerij of de stijlen van de gebrandschilderde ramen en die hier ontloken in de witte zinnelijkheid van bloeiende aardbeien. […]
Maar ik kon nog zo lang voor de meidoorns blijven staan om mij door hen te laten bezielen , hun een plaats geven in mijn geest die er niets mee wist te beginnen, hun onzichtbare onveranderlijke geur te verliezen en weer terugvinden, mij één voelen met hun ritme dat hun bloemen, hier en daar, met een jeugdige opgewektheid en op onverwachte afstanden zoals bepaalde muzikale intervallen, vormden, ze boden me tot in ’t oneindige dezelfde charme met een onuitputtelijke overvloed, maar zonder dat ik dieper in hen kon doordringen, zoals er bepaalde melodieën zijn, die men honderdmaal achtereen speelt zonder ook maar iets meer achter hun geheim te komen.“ [Uitgeverij De bezige Bij, 2002, p. 188]
Proust schrijft nog veel meer over de meidoorn, hij gaat door, pagina op en pagina neer.
“Ik keerde naar de meidoorn terug als naar een kunstwerk waarvan men meent dat men het beter ziet als men er een ogenblik niet naar gekeken heeft, maar het gaf niet of ik mijn ogen met mijn handen afschermde om niets anders te zien, het gevoel dat ze in mijn opwekten bleef onbestemd en vaag, trachtte vergeefs zich los te maken en met de bloemen te verbinden.[…]
[De grootvader zei:] ‘Je houdt toch zo veel van meidoorns, kijk dan eens naar deze met roze bloemen; wat is die mooi! ‘ Inderdaad was het een meidoorn, maar dan roze, nog mooier dan de witte. Ook deze was voor een feest versierd – voor een van die echte feesten wat alleen kerkelijke feesten kunnen zijn, omdat ze immers niet zoals de wereldlijke door een gril van het toeval aan een of andere willekeurige dag geplakt worden, die er niet speciaal toe voorbestemd is en die niet iets essentieel feestelijks heeft- maar nog rijker, want de bloemen die zo dicht op elkaar aan de takken zaten dat ze, zoals de pompons rondom een rococo herdersstaf, geen plaats onversierd lieten, waren ‘in kleur’ [….] “
Een paar citaten uit Marcel Proust Op zoek naar de verloren tijd, De kant van Swann:
“In mijn oren gonsde het van de geur van de meidoorn. De haag leek op een lange rij kapellen die onder een dikke laag op het altaar gestrooide bloemen verdwenen; daaronder tekende de zon op de grond en scherp traliewerk, alsof haar licht door een kerkram viel: de geur breidde zich net zo olieachtig en vol, alsof het een vaste vorm geworden was uit, als toen ik voor het altaar van de Heilige Maagd stond en de net zo opgeschikte bloemen droegen elk op dezelfde nonchalante wijze hun glinsterende meeldraden, fijne stervormige ribben in laat-gotische stijl zoals in de kerk de ajouren balustrade van de galerij of de stijlen van de gebrandschilderde ramen en die hier ontloken in de witte zinnelijkheid van bloeiende aardbeien. […]
Maar ik kon nog zo lang voor de meidoorns blijven staan om mij door hen te laten bezielen , hun een plaats geven in mijn geest die er niets mee wist te beginnen, hun onzichtbare onveranderlijke geur te verliezen en weer terugvinden, mij één voelen met hun ritme dat hun bloemen, hier en daar, met een jeugdige opgewektheid en op onverwachte afstanden zoals bepaalde muzikale intervallen, vormden, ze boden me tot in ’t oneindige dezelfde charme met een onuitputtelijke overvloed, maar zonder dat ik dieper in hen kon doordringen, zoals er bepaalde melodieën zijn, die men honderdmaal achtereen speelt zonder ook maar iets meer achter hun geheim te komen.“ [Uitgeverij De bezige Bij, 2002, p. 188]
Proust schrijft nog veel meer over de meidoorn, hij gaat door, pagina op en pagina neer.
“Ik keerde naar de meidoorn terug als naar een kunstwerk waarvan men meent dat men het beter ziet als men er een ogenblik niet naar gekeken heeft, maar het gaf niet of ik mijn ogen met mijn handen afschermde om niets anders te zien, het gevoel dat ze in mijn opwekten bleef onbestemd en vaag, trachtte vergeefs zich los te maken en met de bloemen te verbinden.[…]
[De grootvader zei:] ‘Je houdt toch zo veel van meidoorns, kijk dan eens naar deze met roze bloemen; wat is die mooi! ‘ Inderdaad was het een meidoorn, maar dan roze, nog mooier dan de witte. Ook deze was voor een feest versierd – voor een van die echte feesten wat alleen kerkelijke feesten kunnen zijn, omdat ze immers niet zoals de wereldlijke door een gril van het toeval aan een of andere willekeurige dag geplakt worden, die er niet speciaal toe voorbestemd is en die niet iets essentieel feestelijks heeft- maar nog rijker, want de bloemen die zo dicht op elkaar aan de takken zaten dat ze, zoals de pompons rondom een rococo herdersstaf, geen plaats onversierd lieten, waren ‘in kleur’ [….] “
donderdag 30 maart 2017
Robert Peeters: Darwin & planten
woensdag 29 maart 2017
Landschappen
Panorama Pijbes DWDD
Kunsthistoricus en voormalig Rijksmuseum-directeur Wim Pijbes is sinds vorige week op te tv te zien met de 8-delige serie ‘Panorama Pijbes’. Hij kijkt hierbij naar het Nederlandse landschap door de ogen van kunstschilders. Een zoektocht naar schilderijen die de schoonheid van Nederland laten zien: van de polder, langs de kust en door de bossen. Aan tafel: Wim Pijbes.
Panorama Pijbes: De Kust kijk je op npo
Kunsthistoricus en voormalig Rijksmuseum-directeur Wim Pijbes is sinds vorige week op te tv te zien met de 8-delige serie ‘Panorama Pijbes’. Hij kijkt hierbij naar het Nederlandse landschap door de ogen van kunstschilders. Een zoektocht naar schilderijen die de schoonheid van Nederland laten zien: van de polder, langs de kust en door de bossen. Aan tafel: Wim Pijbes.
Panorama Pijbes: De Kust kijk je op npo
woensdag 15 maart 2017
Rodoreda: Tuin aan zee
In 'Tuin aan zee' observeert een oude wijze
tuinman zes zomers lang een schatrijke familie in een luxueus
buitenverblijf aan de Spaanse kust. Ogenschijnlijk leiden ze met hun
mondaine vrienden een bruisend leven vol onbezorgde verrukkingen, maar
gaandeweg ontwaart de tuinman steeds meer barstjes in het
sprookjespaleis van zijn werkgevers. De broeierige sfeer komt tot
ontlading als een joviale parvenu besluit om pal naast het hunne een nog
weelderiger zomerverblijf te bouwen. Langzaam maar zeker wordt
duidelijk dat er tussen sommige bewoners aan weerszijden van de heg
banden bestaan waar niet openlijk over gesproken kan worden. En zo
doorlaatbaar als de haag van buksbomen tussen de twee belendende
percelen, zo dun blijkt de scheidslijn tussen affectie en wreedheid,
tussen ambitie en zelfverraad, tussen kalverliefde en kille wraak,
tussen leven en dood.
Mercè Rodoreda (Barcelona 1908 - Girona 1983) is de meest gelezen en meest vertaalde Catalaanse auteur. 'Tuin aan zee' verscheen in 1967, een jaar na 'In de Cameliastraat', maar ze was er reeds in 1959 aan begonnen. 'Tuin aan zee is een belangrijk boek voor mij, omdat het de weg heeft vrijgemaakt voor mijn andere romans.'
Mercè Rodoreda (Barcelona 1908 - Girona 1983) is de meest gelezen en meest vertaalde Catalaanse auteur. 'Tuin aan zee' verscheen in 1967, een jaar na 'In de Cameliastraat', maar ze was er reeds in 1959 aan begonnen. 'Tuin aan zee is een belangrijk boek voor mij, omdat het de weg heeft vrijgemaakt voor mijn andere romans.'
Aurelius
"Mensen zoeken een stille plaats om zich terug te trekken op het land, aan de kust of in de bergen. Ook gij pleegt daarnaar bovenal te verlangen. Maar dit is
een heel onwaardig streven, daar ge op ieder moment dat ge wilt tot uw Zelf kunt inkeren. Nergens kan een mens een kalmer of vrediger verblijfplaats vinden dan in zijn eigen ziel. “
Marcus Aurelius
een heel onwaardig streven, daar ge op ieder moment dat ge wilt tot uw Zelf kunt inkeren. Nergens kan een mens een kalmer of vrediger verblijfplaats vinden dan in zijn eigen ziel. “
Marcus Aurelius
Buysse & Claus
Terugkeer van de markt uit 1894, Zomerse dag uit 1895: impressies uit het Leieland tussen Gent en Deinze zoals Emile Claus ze in die jaren met voorliefde schilderde. In zijn boek met herinneringen aan Claus staat Cyriel Buysse dertig jaar later uitgebreid stil bij zo'n zomerdag, een ‘glanzende augustus-morgen’ in 1894 waarop hij tijdens een wandeling in die omgeving op een landweg tussen afgemaaide korenvelden een gezelschap van zes dames en heren tegenkwam...
DBNL
zondag 12 maart 2017
Delerm: Engelse tuin en laan
Engelse tuin: een laan op zijn Engels
"De open ruimte in zijn hof had niet de pretentie de benaming
‘Engelse tuin’ te verdienen waarmee onroerende goederen zo geestdriftig worden
aangeprezen. Maar er was wel de bekoring van de oude kweeperelaar, die als
prieel diende, en verder de twee appelbomen, de kersenbomen, de linde, die er
in de loop der jaren waren geplant.” (19).
“Maar wat het hoge gras betrof kwam hij op het idee een laan
af te bakenen in het verlengde van het loofportaal. Een laan op zijn Engels,
niet meer dan 3 m breed, tussen al die stengels door die bijna manshoog waren.
Hij had dat al eerder gezien bij tuinen in Engeland, in tijdschriften en
fotoboeken. Het effect was iedere keer weer verrassend. De zo ontworpen laan
leek de idee van vrijheid te vermenigvuldigen met die van beschaving. Aan de
weerszijden van een kortgeschoren laan was het hoge gras geen wanorde, Geen
verwaarlozing meer, maar een door nonchalance en luisterrijke bloei gekenmerkte
stijl. Tegelijkertijd niet dat smalle spoor van kort gras blijken dat je greep
op de werkelijkheid had – als je je al liet overvleugelen, dan was dat aan de
kant, voor je plezier, en voor de stijl; maar je gaf daarbij ook blijk van een
axiale strengheid, die het voortaan beteugelde beginsel van plantaardige
woekering zijn volle waarde verleende. (70).
“De idee van een tuin berustte geheel en al op dat evenwicht
tussen het weinige wat je maait, wat je ontwerpt, en al het andere wat jou
beheerst, terwijl je doet alsof je het temt”. (70)
Delerm: tuin verzorgen
‘We moeten onze tuin verzorgen’: dat zinnetje bleef
maar door zijn hoofd spelen, maar meer nog het commentaar dat er in het
leerboek bij werd gegeven: ‘In plaats van ons op te scheppen met de
ontmoedigende indruk van een fatalistisch pessimisme, biedt het slot van Candide ons juist een praktische remedie
tegen het kwaad dat in de wereld heerst’.
Met afkeurenswaardig egocentrisme moest Sébastien wel
toegeven dat hij veel minder op
zoek was naar ‘een remedie tegen een kwaad dat in de wereld heerst’, dan
naar verlichting van een kwaal die in hemzelf heerste. Daardoor kwam het feit
dat hij letterlijk zijn toevlucht tot de tuin nam hem niet alleen voor als een
mogelijke bron van rust, maar ook als een vlucht” (29-30).
zaterdag 11 maart 2017
Delerm: maart & zaaien
“Op een morgen
had Sébastien zichzelf erop betrapt dat hij met andere ogen naar de tuin keek. Uiteindelijk
lag daar voor hem, binnen het bereik van blik en daden, een ruimte, een ommuurd
stuk grond van de virtuele gehoorzaamheid, van onderworpenheid, waarin zijn verkrampte
geest troost kon vinden, of een uitweg. Maar het was al maart, en ondanks zijn
matige agrarische kennis was jij niet onbekend met de spreuk:
‘Met Sint Katrien opgenomen
Heeft wortel geschoten.’
Geen sprake van, aan het begin van de lente ook maar een
esdoorn te planten. En als het om bloemen ging…” (18).
“Hoe dan ook, de kunst van het zaaien houdt de wijsheid van
het wachten in, en Sebastiaan wilde onmiddellijk tot daden komen, met een
spectaculair resultaat. Dat was het moment waarop het idee van het loofportaal
zich opdrong. De open ruimte in zijn hof had niet de pretentie de benaming ‘Engelse
tuin’ te verdienen waarmee onroerende goederen zo geestdriftig worden
aangeprezen. Maar er was wel de bekoring van de oude kweeperelaar, die als prieel
diende, en verder de twee appelbomen, de kersenbomen, de linde, die er in de
loop der jaren waren geplant.” (19).
Delerm: Het Loofportaal
"Er moest een loofportaal komen in het bijna geometrische middelpunt van de tuin" (16).
“In het midden van de tuin begon zich een vage cirkelvormige
beweging af te tekenen tussen het perk met berken en het bosje brem en vlierstruiken.
Daar opende zich een doorgang: en juist daar ontbrak iets, het kleine detail
dat zin zou geven aan het geheel, dat twee halfronden zou doen ontstaan, plotseling
aan de tuin van Guermantes en de tuin van Swann zouden denken. Vier palen, twee
dwarsbalken, en op die noodzakelijkerwijs sobere structuur zouden weldra mauve-roze
golven van clematis uitstromen, klokjes van kamperfoelie met hun bedwelmende,
honingzoete geur. Op zondagavond een zo een botterik van de goede wil vragen
waar toch die in de zoete van het duister opstijgende geur vandaan kwamen en
dan zouden de mensen antwoorden: ‘Dit is het loofportaal van Sébastien’. (19).
“Nee, zeker geen pergola! Een pergola, dat riekte naar
kwijnend raffinement, naar gekunsteldheid, naar een soort gesteven aanmatiging,
gemaskeerd door italianiserende nonchalance. Natuurlijk had het woord portaal –
poriticus – onprettige gymnastische connotaties,
en bovendien voelde hij zich ondanks zijn goede wil niet in staat een
constructie te bouwen die stevig genoeg was om er een schommel aan te hangen. Maar
in het woord porticus school ook de idee van hellenistische wijsheid. Je zag
filosofen in witte gewaden in de stoa rondwandelen, bezig hun gedachten uiteen
te zetten met een volmaakte lichaamsbeheersing, die de rust van hun ziel weergaf.
Misschien zou Sébastien onder zijn lofportaal het vermogen terugvinden zichzelf
te kennen en te aanvaarden? In porticus
zat ook het woord porte, deur, het teken
van een doorgang waarvan de betekenis rondging, maar die door het bouwen meer
inhoud zou krijgen. (20-21).
“De woorden ‘tuin’ en ‘loofportaal’ waren zonder dat hij
erop lette vaste vormen gaan aannemen in Sébastiens gedachten. Meer nog dan de
strikte tuinbouwkundige realiteit, Brachten ze onduidelijke filosofische
connotaties over die voor hen uiterst vaag bleven, verbonden met enkele
grotendeels vergeten lesuren van zijn eindexamenjaar. “
Hij zoekt in de Griekse wijsbegeerte.
“‘Tuin’ en ‘stoa’ kwamen verscheidene malen in het trefwoordenregister
voor, en Sébastien verliet de winkels met de dikke pil onder zijn arm. “ (64).
Zie verder verwijzingen naar tuin en stoa bij Epicurus en
de stoïcijnen.
Labels:
Delerm Phillippe,
Het Loofportaal,
stoa
woensdag 8 maart 2017
Ijsland
Laura Broekhuysen, Winter-Ijsland
Er zijn deze lente al vierduizend schapen bezweken, kwarten van kuddes. Niemand weet nog dat de vulkaan de boosdoener is, de zwavel die de sneeuw in de grond heeft achtergelaten.
De lente is van oudsher het seizoen waarin de dieren stierven, milli heyja og grass, tussen hooi en gras. Het hooi is op, groen gras laat op zich wachten. Ik zie schapen knagen, hongerig, aan giftige lupines. Ik vraag me af of ik ze weg moet jagen, iets kan voeren.
(…)
IJslanders beschouwen de lupine, een eeuw geleden geïmporteerd om de barre grond vruchtbaar te maken, als onkruid. Het sloeg zo goed aan dat het grassen verdrukt.
Er zijn deze lente al vierduizend schapen bezweken, kwarten van kuddes. Niemand weet nog dat de vulkaan de boosdoener is, de zwavel die de sneeuw in de grond heeft achtergelaten.
De lente is van oudsher het seizoen waarin de dieren stierven, milli heyja og grass, tussen hooi en gras. Het hooi is op, groen gras laat op zich wachten. Ik zie schapen knagen, hongerig, aan giftige lupines. Ik vraag me af of ik ze weg moet jagen, iets kan voeren.
(…)
IJslanders beschouwen de lupine, een eeuw geleden geïmporteerd om de barre grond vruchtbaar te maken, als onkruid. Het sloeg zo goed aan dat het grassen verdrukt.
maandag 20 februari 2017
Ommeloze: Vlaamse Ardennen
Bergesdoorns sterven niet, ze hernieuwen zichzelf, worden jonger met de tijd. De boom die je ziet, is wellicht niet de boom die er vroeger stond, toch is hij dezelfde.
Musicus-fotograaf Carl Deseyn richt uit fascinatie jarenlang zijn lens op de eeuwenoude ‘ommelozen boom’ in het Oost-Vlaamse dorpje Leupegem. Opnieuw en opnieuw en opnieuw. De boom laat zich zien in zijn grootsheid en in zijn kleinste details, zijn identiteit draait als zijn bladeren in de wind. Deseyn maakte schitterende kunstfoto’s van zijn ontmoetingen met de Ommeloze en brengt hierbij ook diens zaailingen en voorouders op verwonderende wijze in beeld.
De Ommeloze is een holle, alleenstaande bergesdoorn met een geheel eigen geschiedenis als bedevaartsoord. Hij prijkt als een altaar bovenop een heuvel in de Vlaamse Ardennen.
De betoverende beelden zijn vergezeld van gedichten door Annie Reniers en Claude Van De Berge. Zij brengen de boom tot leven op papier en schilderen het Oost-Vlaamse landschap in woorden. Carl Deseyn schreef een kleine geschiedenis van De Ommeloze als uitleiding.
Labels:
bomen,
Deseyn Carl,
Reniers Anne,
Van De Berge Claude,
Vlaamse Ardennen
vrijdag 3 februari 2017
Tolstoj: Anna Karenina
Tolstoj: Anna Karenina
Merlijn de Boer, 'Koolsoep en griesmeelpap' – De Groene Amsterdammer
Wel spreekt me Tolstojs openhartige en tamelijk snobistische voorwoord bij Oorlog en vrede aan (zo ver was ik nog wel gekomen), waarin hij uitlegt dat hij bij voorkeur over graven en vorsten schrijft, onder meer omdat hij zich nu eenmaal niet kan verplaatsen in de geesteswereld van boeren, schildwachten, koetsiers en kooplieden. Zoals hij ook niet ‘kan begrijpen wat een koe denkt wanneer ze wordt gemolken’. Hij eindigt dit voorwoord met: ‘De lezer weet nu tenminste wat voor iemand ik ben en wat hij van mij kan verwachten. Er is nog tijd genoeg om het boek dicht te slaan en mij aan de kaak te stellen als een idioot en een conservatief.’
Ik las voor het eerst iets van Tolstoj op mijn achttiende: Anna Karenina, in de vertaling van A.M. Wasiltsjikow. Wat me in de jaren daarna vooral bijbleef waren de geweldige passages over het personage Lewin en zijn leven op het platteland. Ik vond dat toen de mooiste natuurbeschrijvingen die ik ooit had gelezen, sterker nog: Tolstoj opende mijn ogen voor de schoonheid van de natuur, want daar had ik tot mijn achttiende erg weinig aandacht aan besteed. Later leerde ik de zo mogelijk nóg mooiere natuurbeschrijvingen van Paustovski en Toergenjev kennen”.
(...)
Maar terwijl Anna Karenina me Siberisch liet, vond ik Anna Karenina wederom een fantastische leeservaring. Vanwege bijvoorbeeld de stijve en handenknakkende Karenin, die nauwelijks toegang heeft tot zijn eigen emoties en worstelt met zijn eergevoel; vanwege Kitty en Varinka die in al hun zuiver- en goedheid Tolstojs tegenvoorbeeld waren voor de ‘gevallen’ Anna; vanwege de prachtige scène waarin Varinka en Sergé hun liefde voor elkaar onuitgesproken laten terwijl ze paddenstoelen zoeken; vanwege de vrolijke Oblonski wiens goede humeur van de pagina’s straalt; vanwege de prachtige jachtscène waarin het perspectief tijdelijk bij hond Laska komt te liggen; vanwege de passage over de dood van Ljovins broer, als hij wordt verzorgd door Kitty; maar vooral vanwege de geweldige Ljovin.
(...)
De scène waarin hij een dag lang zelf de zeis ter hand neemt en met de boeren mee gaat maaien, vind ik het absolute hoogtepunt van de roman. ’s Avonds legt hij zich moe maar tevreden neer op een hooiopper, terwijl hij eenzaam toeziet hoe de boeren gelukkig zijn. Hij wil hun leven leiden. Hij blijft er de hele nacht liggen en vangt dan nog, in een schitterende scène, een glimp op van zijn aanstaande vrouw in een rijtuig. Ze zijn ships that pass in the night. Later vinden ze elkaar voorgoed.
Ik besefte na deze tweede lezing dat Ljovins opvattingen en gevoelens nauw aansluiten bij wat Tolstoj later schreef in Mijn biecht. Het begint al met de scène waarin hij met Oblonski uit eten gaat in een chique restaurant en eigenlijk liever koolsoep en griesmeelpap zou eten dan de drie dozijn oesters, de soep met peentjes, de ‘tarbot in dikke saus’, gevolgd door roastbeef, kapoentjes en fruitsalade die zijn vriend laat aanrukken. Ljovin heeft een afkeer van dit mondaine leven. Hij is een natuurmens, toegewijd aan zijn boerenbedrijf en wil niets liever dan zo gauw mogelijk de stad weer verlaten.
Na de dag maaien met de boeren komt hij dolgelukkig thuis. Tegen zijn halfbroer zegt hij: ‘Je kunt je niet voorstellen hoe heilzaam zo’n werkdag is, je bent gelijk al je idiote gemier en gepieker kwijt. Ik ga de medische wetenschap verrijken met een nieuwe term: arbeidskuur.’
Merlijn de Boer, 'Koolsoep en griesmeelpap' – De Groene Amsterdammer
Wel spreekt me Tolstojs openhartige en tamelijk snobistische voorwoord bij Oorlog en vrede aan (zo ver was ik nog wel gekomen), waarin hij uitlegt dat hij bij voorkeur over graven en vorsten schrijft, onder meer omdat hij zich nu eenmaal niet kan verplaatsen in de geesteswereld van boeren, schildwachten, koetsiers en kooplieden. Zoals hij ook niet ‘kan begrijpen wat een koe denkt wanneer ze wordt gemolken’. Hij eindigt dit voorwoord met: ‘De lezer weet nu tenminste wat voor iemand ik ben en wat hij van mij kan verwachten. Er is nog tijd genoeg om het boek dicht te slaan en mij aan de kaak te stellen als een idioot en een conservatief.’
Ik las voor het eerst iets van Tolstoj op mijn achttiende: Anna Karenina, in de vertaling van A.M. Wasiltsjikow. Wat me in de jaren daarna vooral bijbleef waren de geweldige passages over het personage Lewin en zijn leven op het platteland. Ik vond dat toen de mooiste natuurbeschrijvingen die ik ooit had gelezen, sterker nog: Tolstoj opende mijn ogen voor de schoonheid van de natuur, want daar had ik tot mijn achttiende erg weinig aandacht aan besteed. Later leerde ik de zo mogelijk nóg mooiere natuurbeschrijvingen van Paustovski en Toergenjev kennen”.
(...)
Maar terwijl Anna Karenina me Siberisch liet, vond ik Anna Karenina wederom een fantastische leeservaring. Vanwege bijvoorbeeld de stijve en handenknakkende Karenin, die nauwelijks toegang heeft tot zijn eigen emoties en worstelt met zijn eergevoel; vanwege Kitty en Varinka die in al hun zuiver- en goedheid Tolstojs tegenvoorbeeld waren voor de ‘gevallen’ Anna; vanwege de prachtige scène waarin Varinka en Sergé hun liefde voor elkaar onuitgesproken laten terwijl ze paddenstoelen zoeken; vanwege de vrolijke Oblonski wiens goede humeur van de pagina’s straalt; vanwege de prachtige jachtscène waarin het perspectief tijdelijk bij hond Laska komt te liggen; vanwege de passage over de dood van Ljovins broer, als hij wordt verzorgd door Kitty; maar vooral vanwege de geweldige Ljovin.
(...)
De scène waarin hij een dag lang zelf de zeis ter hand neemt en met de boeren mee gaat maaien, vind ik het absolute hoogtepunt van de roman. ’s Avonds legt hij zich moe maar tevreden neer op een hooiopper, terwijl hij eenzaam toeziet hoe de boeren gelukkig zijn. Hij wil hun leven leiden. Hij blijft er de hele nacht liggen en vangt dan nog, in een schitterende scène, een glimp op van zijn aanstaande vrouw in een rijtuig. Ze zijn ships that pass in the night. Later vinden ze elkaar voorgoed.
Ik besefte na deze tweede lezing dat Ljovins opvattingen en gevoelens nauw aansluiten bij wat Tolstoj later schreef in Mijn biecht. Het begint al met de scène waarin hij met Oblonski uit eten gaat in een chique restaurant en eigenlijk liever koolsoep en griesmeelpap zou eten dan de drie dozijn oesters, de soep met peentjes, de ‘tarbot in dikke saus’, gevolgd door roastbeef, kapoentjes en fruitsalade die zijn vriend laat aanrukken. Ljovin heeft een afkeer van dit mondaine leven. Hij is een natuurmens, toegewijd aan zijn boerenbedrijf en wil niets liever dan zo gauw mogelijk de stad weer verlaten.
Na de dag maaien met de boeren komt hij dolgelukkig thuis. Tegen zijn halfbroer zegt hij: ‘Je kunt je niet voorstellen hoe heilzaam zo’n werkdag is, je bent gelijk al je idiote gemier en gepieker kwijt. Ik ga de medische wetenschap verrijken met een nieuwe term: arbeidskuur.’
woensdag 1 februari 2017
dinsdag 31 januari 2017
Monet: Waterlelies
Waanzin en betovering - De Bezige BijDe waterlelieschilderijen van Claude Monet behoren tot de meest geliefde kunstwerken van de vorige eeuw. Al zijn ze nog zo bekend, slechts weinigen weten dat deze rustgevende afbeeldingen werden geschilderd in een periode vol onrust en droefheid van de kunstenaar.
Vlak na elkaar brak de Eerste Wereldoorlog uit, verloor Monet zijn vrouw en een zoon en begon hij, inmiddels 71 jaar, blind te worden. Tot overmaat van ramp werd zijn reputatie onder vuur genomen door een nieuwe generatie kunstenaars – onder aanvoering van Picasso en Matisse – die openlijk afrekende met de impressionisten. Hoewel Monet vocht tegen zelftwijfel, depressie en ouderdom, schilderde hij op gigantische doeken zijn waterlelies, in de hoop dat dit hem weer energie zou geven.
Met hulp van niet eerder ontdekte brieven, memoires en ander bronmateriaal en door zich te concentreren op de dramatische omstandigheden waaronder Monet de waterlelies schilderde, schetst Ross King een aangrijpend en origineel portret van de nadagen van deze wereldberoemde schilder.
Ross King and his award-nominated history "Mad Enchantment" - YouTube
Pompidou op dinsdag 31 januari | Klara - Blijf verwonderd
woensdag 25 januari 2017
Garden: Dream
Marketing Sells a Dream - American Gardening
Late nineteenth century garden marketers also sold American gardeners a dream.
They could have a garden like the one on the cover of the seed catalog.
We’ve been believers ever since, in search of that dream garden.
Late nineteenth century garden marketers also sold American gardeners a dream.
They could have a garden like the one on the cover of the seed catalog.
We’ve been believers ever since, in search of that dream garden.
zondag 22 januari 2017
Salopek: Walking the World
Out of Eden Walk: Year Five by Paul Salopek — Kickstarter
"I am walking the world. I knock on unfamiliar doors. I call out to the tents of unknown people. I slog onwards from Dmanisi, out of Georgia, into a vast and rumpled topography of human want and compassion".
"I am walking the world. I knock on unfamiliar doors. I call out to the tents of unknown people. I slog onwards from Dmanisi, out of Georgia, into a vast and rumpled topography of human want and compassion".
zaterdag 21 januari 2017
Delerm: pioenroos
Phillippe Delerm, Het vermoorde middagdutje.
Voyeur van de pioenroos
In alle eer en deugd kun je in een tuin van bloem naar bloem
lopen, de violier bezoeken alsof je op de thee gaat bij een elegante dame,
opgesloten in haar granaatrode fluweel, zedig de knop van de kweepeer begeren,
net zoals je zin zou kunnen hebben in een gemengd Italiaans ijsje, aardbei en
vanille, enkele ogenblikken onder de Chinese paraplu van de akelei verwijlen.
Maar de pioenroos wacht altijd op je achter een struik, en dan riskeer je
meteen een zedenmisdrijf. Zo rond en zo vol is ze, zo zelfverzekerd, en ze
houdt maar niet op met zwellen. Zelfs als knop ontvouwt ze haar rondingen met
de wulpsheid van een schone slaapster tussen haar lakens, en doet alsof ze van de
slaap geniet - want voor haar bestaat geluk erin bekeken te worden.
Ze geeft zich bloot, de pioenroos, al vlezig sinds haar kindertijd,
door lusteloze loomheid overmand in haar wieg... En daarna zo snel ontwikkeld,
zo gul met bloemblaadjes, en dat rood dat de goede smaak te boven gaat...
Donkerrood, violet-mauve en soms frambooskleurig onder een grijze hemel... Dat
is geen kleur meer, maar de metafoor van een overgave: net genoeg zwaarwegende
geheimzinnigheid om te voorkomen dat haar zinnelijkheid zou afglijden naar een
zachte wenk.
Hoe zou je niet enkele ogenblikken voor dat schitterende
schouwspel blijven staan, bekoord en toch met een lichte gêne? De pioenroos is
compromitterend. Met haar mengsel van suiker en peper belooft ze alle smaken:
naar haar kijken lijkt wel een zonde begaan. Maar verder gaat de aanslag op de
goede zeden niet, de zedenpolitie hoeft niet te worden gewaarschuwd; met de
eerste onweersbui verregent de pioenroos, ze valt uiteen, en de lust gaat over
in medelijden. Vurige vamp die ze is, ontvlamt ze slechts voor zichzelf, en
eenzaam sterft ze als bleek vloeipapier langs een of andere laan. Haar
grafschrift verleent haar, een beetje te laat, de mystiek die ze miste:
Ze was dol
op haar lichaam
Hield te veel van zichzelf
om het te geven
Bid voor haar.
Delerm: Loofportaal
Philippe Delerm, Loofportaal.
Sébastien, vijfenveertig jaar, is een levensgenieter. Maar op een zonnige najaarsdag dringen plotseling de levensvragen zich onhoudbaar aan hem op. Een gevoel van onbehagen bekruipt hem. De kinderen zijn het huis uit, hij heeft het gevoel de controle over zijn leven te verliezen en daarmee ook zijn levensgeluk. Om dat te herwinnen besluit hij in zijn tuin een soort pergola, een loofportaal te bouwen. Een die begroeid is met klimplanten en toegang biedt tot het achterste gedeelte van de tuin, een klein paradijs. Daar waar het gras in de herfst van zijn leven nog lentegroen is.
Sébastien, vijfenveertig jaar, is een levensgenieter. Maar op een zonnige najaarsdag dringen plotseling de levensvragen zich onhoudbaar aan hem op. Een gevoel van onbehagen bekruipt hem. De kinderen zijn het huis uit, hij heeft het gevoel de controle over zijn leven te verliezen en daarmee ook zijn levensgeluk. Om dat te herwinnen besluit hij in zijn tuin een soort pergola, een loofportaal te bouwen. Een die begroeid is met klimplanten en toegang biedt tot het achterste gedeelte van de tuin, een klein paradijs. Daar waar het gras in de herfst van zijn leven nog lentegroen is.
dinsdag 10 januari 2017
Jarman
Laurie Cluitmans, De mogelijkheid van een tuin – De Groene Amsterdammer
In de lente van 1986, op zoek naar een locatie voor de film The Garden, kochten Jarman en zijn partner Keith Collins het zwart geteerde vissershuisje met omringende tuin dat nu wereldwijd bekendstaat als Prospect Cottage. Hier kon de kunstenaar zijn interesse in tuinieren, kennis van horticultuur en zijn ecologische overtuiging tot bloei laten komen. Nog geen half jaar later werd bij Jarman hiv gediagnosticeerd. De tuin en het eind van zijn leven raakten al snel met elkaar verweven, in vorm en inhoud.
In de lente van 1986, op zoek naar een locatie voor de film The Garden, kochten Jarman en zijn partner Keith Collins het zwart geteerde vissershuisje met omringende tuin dat nu wereldwijd bekendstaat als Prospect Cottage. Hier kon de kunstenaar zijn interesse in tuinieren, kennis van horticultuur en zijn ecologische overtuiging tot bloei laten komen. Nog geen half jaar later werd bij Jarman hiv gediagnosticeerd. De tuin en het eind van zijn leven raakten al snel met elkaar verweven, in vorm en inhoud.
Abonneren op:
Reacties (Atom)































